gahetNA in het Nationaal Archief

‘Alsof hy zoude zyn een overgroote booswigt’


Den Haag

Een half uur minder lijden, dat was op de keper beschouwd, de opbrengst van de opzienbarende juridische strijd van de beruchte Amsterdamse schurk Sjaco begin achttiende eeuw. Het verzet van een volksheld tegen het vonnis van de door regenten beheerste Amsterdamse rechtspraak. Die strijd sprak toen al tot de verbeelding. En nog steeds: Conny Braam maakt Sjaco tot hoofdrolspeler van haar nieuwe historische roman. Voor dit boek deed zij onder andere onderzoek in het Nationaal Archief.

Schurk

Sjaco ook wel Jako, is een alias voor Jacob Frederik Muller. Aanleiding voor het betwiste vonnis is zijn arrestatie op 8 januari 1716. Hij ligt dan in de armen van zijn minnares Lange Griet in de herberg ‘De Gulden Wagen’ aan het Smallepad op de hoek van het Haarlemmerplein. Hij werd verdacht van een gewelddadige inbraak aan de Ringdijk in de Diemermeer, waar Amsterdamse regenten in die tijd hun buitenhuizen hadden. Maar deze inbraak was niet de eerste op zijn kerfstok. Hij had al eerder in Den Haag lange tijd in een tuchthuis opgesloten gezeten en was gebrandmerkt met een ooievaar tussen zijn schouderbladen, zo schrijft Braam in haar roman Sjaco.

‘Van onderop gerabraekt’

Na zijn arrestatie belandt Sjaco in de gevangenis onder het toenmalige stadhuis op de Dam. In een half jaar tijd wordt hij wel 22 keer verhoord. Zonder succes; hij blijkt sterk van karakter en bekent niet, ondanks de sessies op de pijnbank.

Ferdinand van Collen, de hoofdofficier die de verhoren leidt, krijgt het bewijs niet rond en plaatst Sjaco in een tuchthuis. Op dat moment lopen zijn kornuiten een voor een tegen de lamp. Zij beginnen verklaringen tegen hem af te leggen. Zo komt het op 14 januari 1717 dan toch tot een uitspraak van de Amsterdamse schepenen: Sjaco'... zal worden gecomdemneert om gebracht te werden voor het Stadhuys, [...] en aldaer van onderop Gerabraekt en alzoo levendig blyven leggen de tyt van een half uur, of dat alle andere gecondemneerdens hunne straffen hebben ontfangen; als dat voorts het Hooft van 't Lichaem afgehouden en byde vervolgens afgenomen, en op een Horde gesleept [...] en het Hooft op een pen, tot zoo lange het eene en andere door de Lugt zal zyn verteert...'

Booswigt

Net zo min als Sjaco bekent, legt hij zich nu bij dit vonnis neer. Hij spant een, wat je nu hoger beroep zou noemen, aan bij het Hof van Holland. In de verzoekschriften aan het Hof stelt zijn pro deo advocaat dat het 'gans en abusievelijk’ is om Sjaco ‘doode te condemneren'. Daarmee wordt de indruk gewekt 'als off hij zoude zijn een overgroote booswigt'. Daardoor is hij 'ten hoogstens beswaart'. Muller ondertekent het verzoekschrift zelf.

Uitspraak

Het Hof van Holland doet uitspraak op 18 mei 1718. Mullers bezwaar wordt afgewezen. Via een beroep bij de Hoge Raad, behandelt de Staten van Holland op 23 juli 1718 een zogeheten revisieverzoek. Opnieuw met een afwijzing als resultaat. Op 6 augustus 1718 ondergaat Sjako rond het middaguur zijn straf, precies zoals de Amsterdamse schepenen hem in 1717 veroordeeld hadden. Met één verschil: Muller’s unieke verzet tegen zijn vonnis heeft er uiteindelijk toe geleid dat de Hoge Raad het halve uur tussen het radbraken en de onthoofding heeft laten vervallen. Een half uur eerder zielenrust.

Nationaal Archief

3.03.01.01 archief van het Hof van Holland, 1428-1811, inventarisnummers 4579 (nr. 54 (1717)) en 5659 (f. 182v-201v)
3.03.02 archief van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en (West-)Friesland, inventarisnummer 999

Het boek Sjaco van Conny Braam is uitgegeven door Bertram + de Leeuw uitgevers in Amsterdam.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in