gahetNA in het Nationaal Archief

Multatuli 125 jaar geleden overleden


Den Haag

Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker) sterft op 19 februari 1887 in het Duitse stadje Nieder-Ingelheim. Douwes Dekker woont daar sinds mei 1881 met zijn vrouw Mimi. Dit jaar is het 125 jaar geleden dat een van Nederlands grootste schrijvers het leven liet. Ook in het Nationaal Archief heeft Multatuli zijn sporen nagelaten.

Verzoekschrift aan de Koning

'Mijn naam is Eduard Douwes Dekker; - ik was sedert 1838 ambtenaar in Oost-Indië, en heb voor omstreeks drie jaren mijn eervol ontslag gevraagd en bekomen, omdat ik mij niet kon vereenigen met de wijze waarop die gewesten worden bestuurd.' Zo introduceert Multatuli zich in zijn verzoekschrift aan Koning Willem III, geschreven op 18 januari 1860 in Brussel. Het manuscript van de Max Havelaar is op dat moment net gereedgekomen.

Douwes Dekker hoopt bij de Koning een willig oor te vinden voor zijn aanklacht tegen het bestuurssysteem in Nederlands-Indië. De beroemde slotpassage uit de Havelaar ontbreekt ook hier niet: '… of is het Uw keizerlijke wil dat Uwe meer dan Dertig millioenen Onderdanen daar ginds, worden mishandeld en uitgezogen in Uwen Naam?'. Douwes Dekker kan zich niet voorstellen dat hij in de Koning geen medestander vindt.

‘Omwille van regtvaardigheid en menschelijkheid’

Douwes Dekker schrijft zijn verzoekschrift niet voor zichzelf: '… het is omwille van regtvaardigheid en menschelijkheid, om den wille van het welbegrepen Staatsbelang, van de welvaart en het bestaan der Nederlandsche bezittingen in Oost-Indië, waaraan het bestaan en de welvaart van Nederland onafscheidelijk verbonden zijn'. Hij doet een beroep op het gevoel van rechtvaardigheid van de Koning en rekent daarbij op zijn 'edel hart'.

Een zaak van Staatsbelang

Tot slot vraagt Multatuli de Koning om deze zaak van Staatsbelang in bescherming te nemen, 'en als een uitvloeisel dáárvan, mij op een eervolle wijze wilde plaatsen in de gewesten waar ik het grootste gedeelte mijns levens in dienst van den Lande heb doorgebragt;- op deze wijze voorts die mij in staat stellen, de grondbeginselen te doen zegevieren welker verdediging mij mijn bestaan heeft gekost, dan zou ik zoodanige plaatsing aannemen met groote dankbaarheid'. Een baan, waarin hij niet de macht en mogelijkheden heeft om in te grijpen in de gruwelen in Nederlands-Indië, zal Douwes Dekker niet accepteren.

Enige tijd later (5 mei 1860) schrijft Multatuli opnieuw vanuit Brussel aan de Koning. Ditmaal om hem een exemplaar van de inmiddels in druk verschenen Max Havelaar aan te bieden. Beide verzoekschriften zijn door het Kabinet des Konings naar het ministerie van Koloniën doorgestuurd. Douwes Dekker heeft op geen van beide brieven een antwoord ontvangen. Ook een nieuwe aanstelling in Nederlands-Indië, met voldoende invloed om iets aan de misstanden te kunnen doen, is Multatuli niet gegund.

Op bezoek bij Multatuli

Carel Vosmaer brengt eind mei 1874 een bezoek aan Douwes Dekker en zijn vrouw, die dan in Wiesbaden wonen. Sinds oktober 1873 huren ze enkele gemeubileerde kamers in de Geisbergstrasse. Carel Vosmaer (1826-1888) is dan een gevierde schrijver van romans en essays. Multatuli bewondert Vosmaer erg, en die bewondering is wederzijds. De schrijvers zijn goed bevriend.

Naast schrijven kan Vosmaer ook goed tekenen. Hij heeft dan ook potlood en een schetsboekje paraat en maakt tijdens zijn bezoek onder andere tekeningen van het interieur, maar ook van zijn vriend. 'Goedgekeurd door Dek & Mimi' staat op de tekening van de woonkamer. Dit schetsboekje maakt deel uit van het familiearchief Vosmaer dat het Nationaal Archief bewaart.

Nationaal Archief

2.10.02 archief van het ministerie van Koloniën, 1850-1900 (1932), inv.nrs. 5910B en 5913B
2.21.271 archief van de Familie Vosmaer, (1634) 1669-1983, inv.nr. 477

Bekijk de inschrijving van Eduard Douwes Dekker in het Stamboek Oost-Indische ambtenaren.

Dik van der Meulen, Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker, Nijmegen uitgeverij Sun, 2002

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in