gahetNA in het Nationaal Archief

Onderzoek bevestigt twijfels over de laatste woorden van Willem van Oranje


Den Haag

Het forensisch en historische onderzoek naar de moord op Willem van Oranje dat de afgelopen jaren in Delft is uitgevoerd, heeft zijn conclusies gepresenteerd. De bevindingen bevestigen de twijfel die er al langer was over het waarheidsgehalte van de beroemde laatste woorden die de Vader des Vaderlands zou hebben uitgesproken. Het Nationaal Archief had daarnaar al eerder onderzoek gedaan. Die laatste woorden pasten goed in het politieke spel van die tijd. Met succes maakten de zestiende-eeuwse spindoctors van een nadeel een voordeel.

De moord

Op 10 juli 1584 tussen één en twee uur 's middags, verliet Willem van Oranje na de middagmaaltijd de eetzaal van zijn residentie, het Prinsenhof te Delft. Een fanatieke katholiek, Balthasar Gerards, die al jaren rondliep met het plan Willem van Oranje te vermoorden, vuurt van dichtbij drie kogels af. De prins wordt geraakt en overlijdt.  

Al vroeg twijfel

Over de laatste woorden van Willem van Oranje is later het nodige geschreven. Een aantal historici was het eens over de strekking van wat er gezegd is, maar niet over de precieze bewoordingen. Daarnaast twijfelden enkele latere historici er aan of Willem echt wel laatste woorden heeft uitgesproken.

Verschillende versies van de laatste woorden

De laatste woorden werden gehoord door Jacques de Malderee, stalmeester van de prins, die hem na de aanslag opving. Ze zijn genoteerd in een verslag van de moord, dat vrijwel onmiddellijk na de gebeurtenis gemaakt is door een niet met name genoemde functionaris uit de secretarie van de prins: 'unnd sagt der stalmeister, das Ihre Fürstliche genade diese wortte gesprochenn [hat]: Ach Gott erbarme dich meiner unnd des armenn Volcks'. Op dezelfde dag zijn de woorden die de prins gesproken zou hebben, nog op diverse andere plaatsen genoteerd. In het register van de Staten-Generaal is in de marge van de resoluties van 10 juli aangetekend: 'Mon dieu ayez pitie de mon ame, mon dieu ayez pitie de ce pauvre peuple'.

In de lopende tekst staat in het Nederlands: 'mijn god ontfermpt U mijnder ende uwer arme ghemeijnte'. Andere bewoordingen geeft het resolutieregister van de Staten van Holland van diezelfde datum: 'Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moy et de ton pauvre peuple'. In brieven gedateerd op 10 juli komen woorden van dezelfde strekking voor, bijvoorbeeld in een brief van graaf Jan van Nassau aan zijn zwager Albrecht van Schwartzburg. Hij citeert uit een brief die hij ontvangen had van zijn zoon Willem Lodewijk: de prins zou 'mehr nicht geredet haben dan, O Gott sei mir und dein armen volck genedig'.

Een latere geschiedschrijver ziet in het ontbreken van de laatste woorden in een brief van de Leeuwarder burgemeester Rombout Ulenburg, die met de prins geluncht heeft, het bewijs voor het feit dat Willem van Oranje op slag is overleden en geen laatst woorden kan hebben gesproken. 

Zorgvuldige controle over berichtgeving moord

De berichtgeving over de moord wordt door de Staten-Generaal zorgvuldig geregisseerd. Op 19 juli krijgt hofpredikant De Villers de opdracht een officieel verslag te schrijven. Dat verschijnt, in een Franse versie, op 20 augustus. Op aandringen van de Staten van Holland worden alle andere verslagen van de moord, waaronder een verslag uit katholieke zijde waarin de heldhaftigheid van Balthasar Gerards wordt geroemd, officieel verboden.

Naar aanleiding van het Delftse onderzoek heeft het onderzoeksinstituut van historici ING Huygens het einde van Willem van Oranje ook aan een kritische analyse onderworpen. De resultaten zijn te lezen op de website van het Huygens ING.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in