gahetNA in het Nationaal Archief

Slag in Javazee: ooggetuigen vertellen

Door een storing is het op dit moment niet mogelijk om archiefstukken te reserveren. In de studiezaal van het Nationaal Archief kunnen archiefstukken via de balie worden gereserveerd.

Den Haag

70 jaar geleden verloren ruim 1000 geallieerde mariniers hun leven bij de Slag in de Javazee. Het overgrote deel van de overlevenden wordt krijgsgevangen gemaakt en opgesloten in Japanse interneringskampen. Daar, en terug in Nederland beschrijft een aantal Nederlandse bemanningsleden het oorlogsdrama dat zich op 27 en 28 februari 1942 voltrok.

Ontstaan geallieerd eskader

Ondanks de oorlog in Europa, wordt de neutraliteitspolitiek in Azië gehandhaafd; ‘zoo strikt dat v.z.b. zelfs geenerlei tactische voorbereidingen waren getroffen voor samenwerking met de Royal Navy bij een eventueelen oorlog met Japan.’ Pas eind 1941 - zo’n 3 weken na de oorlogsverklaring aan Japan, wordt een geallieerd eskader gevormd onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman. De zogenaamde ABDA-fleet telt 41 Nederlandse, Britse, Amerikaanse en Australische marineschepen.

Ongelijke strijd

De geallieerde ‘striking force’ moet de Japanse invasie op Java tegenhouden. Een ongelijke strijd, blijkt uit de verslagen. De Japanners beschikken over meer gevechtsvliegtuigen en betere wapens. ‘De vijand opent het vuur op ons, maar wij moeten het antwoord nog even schuldig blijven... de vijandelijke scheepsmacht is nog enkele mijlen buiten het bereik van ons geschut.’

Met inzet van alles

Begin 1942 verslechtert de situatie in Azië. De vijand wint overal terrein. Verkenners berichten op 24 februari over een vijandelijke vloot bestaande uit minstens honderd schepen; later blijken dat er eerder 200 te zijn. ‘Onafwendbaar, als een zware onweerswolk ... De eindfase - de strijd om Java - was kennelijk nabij’. Een eskaderorder volgt: aanvallen met inzet van alles, hoe groot de overmacht ook is. Het duurt echter nog drie dagen voordat de eigenlijke slag om Java losbarst. Al die tijd wacht de bemanning gespannen af. ‘Met het oog op de mogelijkheid van contact met den vijand blijft eenieder gedurende de gehele nacht in de omgeving van zijn alarmpost’.

Rampzalig offensief

Vrijdag 27 februari 15.00 uur is het zo ver: een verkenningsbericht meldt de vermoedelijke positie van de vijand. Tijd om olie bij te laden is er niet. ‘De gevechtsformatie wordt aangenomen, met Nederlandse jagers, als bescherming van het vlaggeschip en de overige kruisers, voorop’. Het eerste offensief verloopt rampzalig. Meerdere schepen zijn ernstig beschadigd of kampen met brandstoftekort en moeten zich terugtrekken. Ook is de ‘centrale telefoon’ uitgevallen. ‘Al wat van de striking force nu nog over is zijn 4 kruisers, waarvan één, het vlaggeschip, reeds half verlamd is’.

Toch blijft het geallieerde eskader aanvallen; rond 10 uur ’s avonds barst de strijd opnieuw los. De Japanners maken gebuikt van parachute flares om hun doelwitten te zien en de ‘vijand’ te verblinden. Het vlaggenschip De Ruyter wordt getorpedeerd. ‘Manschappen, overgoten met brandende olie, rennen als levende fakkels radeloos rond, springen in zee en vinden daar den dood.’ Ook de munitievoorraad vat vlam. De order ‘schip verlaten’ volgt. De overlevenden worden opgepikt door Japanse eenheden en uiteindelijk afgevoerd naar interneringskampen.

Herdenking

De slag bij Java wordt op 27 februari herdacht in de Kloosterkerk in Den Haag. Deze 70e herdenking wordt bijgewoond door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander.

Nationaal Archief

2.12.51 Ministerie van Marine

2.10.50.03 Japanse Interneringskaarten 

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in