Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Spelen van de soberheid


Den Haag

De Olympische Spelen zijn bijna voorbij. Sporters uit de hele wereld hebben zich opnieuw haast bovenmenselijk ingespannen voor het ultieme: goud winnen in Londen. Al eerder vonden de Zomerspelen plaats in de Engelse hoofdstad, alleen veel soberder dan nu. In 1948, als Europa nog grotendeels in puin ligt en brandstof, kleding en voedsel nog op de bon gaan.

Voedselhulp

De organisatie van de Olympische Spelen in Nederland ligt in handen van het Nederlands Olympisch Comité (NOC). Grote zorg is het voedseltekort, waardoor kandidaten onvoldoende dreigen te presteren. De roep om aanvullingen op het reguliere rantsoen groeit, niet alleen bij betrokken sportorganisaties en het NOC. Ook de pers ageert. Op 4 november 1947 bericht de Nieuwe Courant: 'Extra Voedsel voor de Nederlandse athleten? - Naar wij vernemen worden pogingen in het werk gesteld om extra toewijzingen van de Nederlandse regering te verkrijgen ten behoeve van de deelnemers, die voor uitzending naar de Olympische Spelen in aanmerking komen.'

Het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening voelt de druk en gaat overstag: 'Aan de eventuele Nederlandse deelnemers aan de komende Olympische Spelen zullen in bescheiden mate en tot een beperkt aantal personen extra toewijzingen voor levensmiddelen worden verstrekt. Het Nederlands Olympisch Comité zal onder zijn verantwoordelijkheid en in overleg met medici voor de verdeling van deze trainingstoeslagen zorgdragen. Deze verstrekking van extra levensmiddelen geschiedt uitsluitend op het speciale en enige motief van de deelneming aan de Olympiade en brengt geen wijziging in het algemeen geldende standpunt van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, dat voor sportbeoefening, al dan niet professioneel, geen extra levensmiddelen worden verstrekt', zo laat zij in een persbericht op 19 november 1947 weten.

Toeslagkaarten voor zeer zware arbeid

De deelnemers ontvangen een voedseltoeslagkaart voor zeer zware arbeid. 'Deze kaarten zijn geldig voor 2 maanden en geven per week recht op 250 gr. Suiker, 2800 gr. Brood, 437 1/2 gr. Margarine, 300 gr. Vlees en 100 gr. Kaas. Gezien de zeer slechte positie van de melk is het ondoenlijk extra melk te verstrekken.'

De regels zijn echter strikt: atleten die uit de selectie worden gehaald komen 'niet meer in aanmerking voor extra voeding'. Zij worden onmiddellijk van de distributielijst geschrapt en moeten de toeslagkaarten ter plaatse inleveren, aldus een verontwaardigde moeder van een zwemkandidaat aan het Centraal Distributiekantoor op 21 juli ’48: '… en ik dacht dat dat niet mocht … mijn dochter heeft 2 ½ [maand] die training gehad en dacht dat haar water verder nog aan die voedingskaart zit haar beslist nog toe komt volgens het Gronings distributie kantoor de extra voedingsbonnen zijn nog maar in de tweede periode.'

Uitsluiting van deelname

Ook op andere terreinen liet de Tweede Wereldoorlog nog zijn sporen na. Zo mochten Japan en Duitsland niet meedoen. Ook sporters die 'geheuld hadden met de vijand' werden uitgesloten van deelname. Atleet A. de Buyn bijvoorbeeld mocht niet naar Londen. Hij bleek statenloos te zijn; zijn Nederlanderschap was hem ontnomen omdat hij tijdens de oorlog een paar maanden op de postkamer van de Sicherheits Dienst gewerkt had.

Rigoureuze zuinigheid

Om de spelen te kunnen bekostigen wordt een voorschot genomen op de opbrengsten ervan 'hoewel dit eigenlijk in strijd is met de oorspronkelijke bedoeling om deze opbrengst van de Olympische Dag 1948 te reserveren voor de uitzending naar de Spelen van 1952'. Vanwege de 'zeer ongunstige financiële verhoudingen' is 'rigoureuze zuinigheid uiterste noodzaak', zo meldt het NOC op 1 januari 1948 aan de sportbonden. Ook moet het aantal deelnemers kleiner zijn dan bij de Spelen van 1936. 'De bonden zullen dus rekening moeten houden met een nog aanzienlijker beperking van de door hen als mogelijk aangenomen uitzending… Onze slechte financiële positie is verder oorzaak van het feit, dat we voor 1948 slechts financiële steun zullen kunnen geven ten behoeve van de training van die athleten, die met zeer grote waarschijnlijkheid voor uitzending in aanmerking komen'. Ook de kosten van scheidsrechters worden niet vergoed door het NOC en is 'aansluiting bij de Ned delegatie voor eigen rekening. Evenmin zal het N.O.C. de verzorging van eventueel begeleidende dames op zich kunnen nemen'. 

De Olympische Zomerspelen van 1948 gaan de geschiedenis in als de Spelen van de Soberheid. Ondank het gemis aan 'zeer verse groenten en vers fruit' weten de Nederlandse atleten 16 medailles in de wacht te slepen, waaronder het beroemde 4 keer goud van Fanny Blankers-Koen.

Nationaal Archief

2.19.124 Archief van het Nederlands Olympisch Comité (NOC), 1912-1993, inv. 349, 355, 361, 362

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in