gahetNA in het Nationaal Archief

150 jaar Conventie van Genève


Den Haag

Op 26 oktober 1863 vindt de 1e Internationale Conventie van Genève plaats. Dit initiatief van de Zwitser Henri  Dunant is de eerste aanzet om gewonde militairen te beschermen ten tijde van oorlog en betekent de oprichting van het Internationale Rode Kruis.

Officieel bekrachtigd

Het duurt een klein jaar voordat ‘de wenschen door de internationale Conferentie te Genève, omtrent het verplegen van gewonden op het slagveld’ een officiële status krijgen. Het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde wordt op 22 augustus 1864 door vertegenwoordigers van 14 landen ondertekend. 3 jaar later richt Koning Willem III bij Koninklijk Besluit van 19 juli 1867, nr. 60 het Nederlandse Rode Kruis op.

Henri Dunant

Drijvende kracht achter de Conventie van Genève is de Zwitserse zakenman Henri Dunant (1828-1910). Het idee van een internationaal erkend civiel vrijwilligerskorps dat zich over gewonde soldaten ontfermt, ontstaat als Dunant op 24 juni 1859 getuige is van de verschrikkelijke gevolgen van de slag bij Solferino in Italië. Hij ziet met eigen ogen dat bijna 40.000 gewonde soldaten op het slagveld aan hun lot worden overgelaten omdat er nog geen erkende afspraken bestaan over evacuatie. Dunant schrijft een boek over deze schokkende ervaring. Hij roept op tot een internationaal verdrag en het organiseren van hulpverlening ter verzorging en bescherming van gewonde soldaten. Zijn inspanningen zijn niet voor niets. Met de Conventie van Genève wordt het Rode Kruis opgericht. In 1901 ontvangt Dunant voor zijn werk de Nobelprijs voor de Vrede.

Rode Kruis

Een belangrijke afspraak die wordt vastgelegd over het Rode Kruis is dat het een neutrale, onafhankelijke hulporganisatie voor oorlogsslachtoffers moet zijn. Als eerbetoon aan het neutrale Zwitserland wordt de omgekeerde Zwitserse vlag erkend als beschermend embleem: een rood kruis tegen een witte achtergrond. Enkele landen maken bezwaar tegen het gebruik van het kruis vanwege de associatie met het christendom. Zij mogen daarom een ander roodkleurig symbool op een wit vlak gebruiken; verschillende islamitische landen hanteren een halve maan, Perzië een zon of leeuw en Israël een davidster.

4 Conventies

Omdat de Conventie van Genève oorspronkelijk alleen bepalingen bevat over humanitaire hulp aan ‘strijdkrachten te velde’, wordt het verdrag in 1899 uitgebreid. In deze 2e Conventie staan afspraken over het lot van schipbreukelingen en strijdkrachten ter zee. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog vragen om verdere aanscherping en uitbreiding. De 3e Conventie in 1929 gaat voornamelijk over de behandeling van krijgsgevangenen (Code des Prisonniers).

Al in 1934 ligt een concreet voorstel klaar voor afspraken over bescherming van burgers in oorlogsgebied. De 4e Conventie staat gepland voor 1940. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kan de bekrachtiging echter niet doorgaan en zijn burgers in die tijd nog onbeschermd. Pas in 1949 komen er bepalingen over de bescherming en respectvolle behandeling van burgers in oorlogstijd. Volgens het ‘humanitaire oorlogsrecht’ waar de Conventie van Genève onder valt, zijn deelnemende partijen verplicht om de burgerbevolking zoveel mogelijk te vrijwaren van oorlogsgeweld.

Een succes?

Sinds de oprichting van de Conventie van Genève zijn de bepalingen die er in staan regelmatig met voeten getreden. Toch kan van een succes gesproken worden. Het verdrag is inmiddels door 194 landen ondertekend. Daarnaast is het Rode Kruis met 97 miljoen leden en vrijwilligers de grootste internationale hulpverlenende organisatie ter wereld die sinds de jaren '20 ook in vredestijd actief is.

Nationaal Archief

2.19.224 - Archief van het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis 1867-1945, inv.nrs. 156 en 389.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in