Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Het begint in Soesterberg: 100 jaar militaire luchtvaart in Nederland


Den Haag

De Amerikaanse broers Orville en Wilbur Wright schrijven op 17 december 1903 geschiedenis. In 12 seconden legt Orville in een zelfgebouwd vliegtuig een afstand van 37 meter af in Kitty Hawk, North Carolina.

De broers vermoeden op dat moment niet dat deze eerste geslaagde gemotoriseerde bemande vlucht ooit het startsein is van de grootschalige luchtvaart. Vliegtuigen worden aanvankelijk vooral voor militaire doeleinden gebruikt. Diverse landen beginnen in de daaropvolgende jaren met het opzetten van een luchtmacht. In Nederland begint de militaire luchtvaart in 1913 - 100 jaar geleden dus. Die aanvang is erg bescheiden: de Nederlandse landmacht beschikt dan slechts over 1 vliegmachine, die nog gehuurd is ook!

Vliegbasis Soesterberg

De Nederlandse minister van Oorlog, Hendrik Colijn, koopt op 28 maart 1913 voor een bedrag van 3 ton in guldens een terrein van de gemeente Soest. Hier wordt op 1 juli de Luchtvaartafdeling Soesterberg opgericht, het begin van de militaire luchtvaart in Nederland.

De oprichting van Soesterberg vloeit voort uit het advies van de Militaire Luchtvaartcommissie (ingesteld door minister Colijn op 26 maart 1910) van 9 april 1912. Op grond van het onderzoek stelt de commissie voor ‘over te gaan tot oprichting van eene centrale organisatie voor militaire luchtvaart bij ons leger’. Die nieuwe organisatie moet onder andere ‘alle practische werkzaamheden, beproevingen enz., welke op luchtvaartgebied in ons leger zullen voorkomen’ gaan verrichten. Voor het Nederlandse luchtmachtonderdeel zou nog in de begroting voor 1912 een bedrag van fl. 190.000,- beschikbaar gesteld moeten worden voor ‘het aanschaffen van – en oefenen met – 1 kabelvliegersysteem, 1 kabelballonafdeeling, 2 vliegtuigen en 1 of 2 leertoestellen’. In het volgende begrotingsjaar dient dan fl. 57.000,- voor exploitatie en oefening en fl. 140.000,- voor huisvesting en ‘kazerneering’ ingeboekt te worden.

Sollicitaties voor de Luchtvaartafdeling

Wanneer de Luchtvaartafdeling eenmaal is opgericht, moet deze natuurlijk bemand worden. De minister van Oorlog ontvangt diverse ‘sollicitatiebrieven’. Zo biedt Cornelis Hendrik Bakker op 25 september 1913 schriftelijk zijn diensten aan. Bakker heeft in 1911 zijn brevet als vliegenier gehaald. Daarna heeft hij als vrijwilliger aan legermanoeuvres meegedaan. Hij is bereid zijn eigen Blériot-toestel ter beschikking te stellen van de Nederlandse luchtmacht. Op grond van dit alles verzoekt hij aan de minister van Oorlog om hem in actieve dienst bij de Luchtvaartafdeling in Soesterberg aan te stellen.

De luitenant-generaal, chef van de generale staf, adviseert de minister van Oorlog niet op dit verzoek in te gaan. Het aangeboden toestel is verouderd: ‘Uit een militair oogpunt heeft men dan ook aan het vliegtuig niet veel’. Daarbij komt dat de heer Bakker geen officier is, terwijl het officiële beleid is om uitsluitend officieren ‘aan te stellen of op te leiden tot militaire vliegeniers’. Dan past het dus niet om de heer Bakker nu wel aan te stellen. Maar ook het aanzien van het korps is in het geding; wanneer ertoe wordt overgegaan om ook niet-officieren aan te nemen, ‘is de kans niet uitgesloten dat in het korps militaire vliegeniers gaandeweg elementen insluipen waarop wel niets bijzonders te zeggen valt, doch die er niet toe zouden bijdragen om het aanzien van dat korps en de neiging onder officieren om daarbij over te gaan te doen stijgen’.

Niet zonder gevaar

Vliegen is natuurlijk nooit zonder gevaar. Maar de open toestellen van het begin van de 20e eeuw leveren natuurlijk extra gevaar op. In de middag van 15 oktober 1913 maakt eerste luitenant-vliegenier Coblijn een dienstvlucht op vliegterrein Soesterberg. Bij de landing 16 minuten later, breekt een van de ‘schaatsen’ van vliegtuig. Daardoor slaat het vliegtuig over de kop en wordt Coblijn uit het toestel geworpen. Wonder boven wonder is hij redelijk ongedeerd: na medisch onderzoek blijkt hij er met een kneuzing en fikse bloeduitstorting aan zijn rechterelleboog van af te komen.

Nationaal Archief

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in