Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Dienstplicht in de 19e eeuw: loting, ontduiking en vervanging


Den Haag

Hoe reageerde de Nederlandse bevolking op de dienstplicht in de 19e eeuw? Dat is een vraag die Eddie van Roon in zijn onlangs verschenen proefschrift probeert te beantwoorden. Van Roon beschrijft de gevolgen van de door Fransen ingevoerde ‘conscriptie’ voor het dagelijks leven in die tijd en de onvrede die deze ingrijpende nieuwe verplichting veroorzaakte. Voor zijn onderzoek heeft hij uitputtend gebruikgemaakt van correspondentie tussen burgers, ambtenaren en politici uit onder andere archieven van het ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Nationale Militie en Schutterijen.

Lotingdagen

De conscriptie werd in Nederland op bevel van Napoleon ingevoerd in 1810. Volgens de toen geldende militiewet moest elke gemeente in evenredigheid een contingent manschappen afleveren. De selectie gebeurde op basis van lotingen. De ‘lotelingen’ moesten zich op een bepaalde dag en tijd melden op het gemeentehuis, de school of in de herberg en trokken daar een nummer. Op straat of in de kroeg werd de uitslag vervolgens gevierd of betreurd. Tijdens de lotingdagen liep de spanning vaak hoog op. Het collectieve karakter, overmatig drankgebruik en (politieke) onvrede – over bijvoorbeeld belastingverhoging of oorlogsdreiging, maar ook over de dienstplicht zelf - vormden een uitstekende voedingsbodem voor vechtpartijen. De autoriteiten namen dan ook extra maatregelen om de orde te handhaven. Dit lukte lang niet altijd, zo blijkt onder andere uit een verslag van commissaris-generaal van het departement van Monden van de IJssel op 23 januari 1814: op sommige plaatsen was ‘de weersin en het misnoegen’ zo groot, dat ‘de menigte, de meubelen van de schout te zijnen huize heeft aan stukken geslagen’.

Ontduiken van de dienstplicht

In de 19e eeuw vervulde de Nederlandse burger niet altijd trouw zijn dienstplicht. In hogere kringen liet men zich zonder veel gewetensbezwaren vervangen, vaak door minder bedeelden (zogeheten remplaçanten). De gewone man probeerde op andere manieren onder de dienstplicht uit te komen, bijvoorbeeld door zich niet te melden op het gemeentehuis voor de verplichte inschrijving in de militieregisters. Ook kwam het voor dat vaders hun pasgeboren zoons bij de gemeente opgaven als dochters om hen te behoeden voor eventuele inlijving in de toekomst. In de Franse tijd moesten Scheveningse ouders hun baby’s daarom niet alleen inschrijven, maar ook daadwerkelijk tonen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Zelfverminking

De meest extreme vorm om inlijving in het leger te voorkomen was zelfverminking. Sommigen sneden hun rechterwijsvinger af waardoor ze niet konden schieten. Anderen lieten al hun voortanden trekken zodat ze de patroonhuls van het voorlaadgeweer niet meer konden openen. De eerste wetgeving in Nederland om deze extreme vorm van ontduiking te bestraffen is het Koninklijk Besluit van 16 september 1815: dienstplichtigen die zichzelf moedwillig verminkten werden ter beschikking gesteld aan het ministerie van Oorlog om als ‘tamboer of karreknecht (…) of andersints, waartoe zij nog bekwaam mogten worden bevonden, te worden gebruikt’.

Remplaçantenstelsel

De beter bedeelden konden de dienstplicht ontduiken door gebruik te maken van het remplaçantenstelsel, al was de regelgeving zeer ingewikkeld en het misbruik groot: ‘Hoe velen zijn niet bedrogen en misleid, door listige schelmen, die er hun werk van maken, om degene, die remplaceren wil, zoo wel als den remplaçant op alle mogelijke wijze af te zetten!’ In de loop van de 19e eeuw kwam het stelsel onder steeds zwaarder militair en politiek vuur te liggen. Het systeem ondermijnde namelijk het aantal aanmeldingen voor het Koninklijk staande leger. Als remplaçant kon je immers veel meer verdienen dan als vrijwillige beroepsmilitair. Ook in sociaal-maatschappelijk opzicht groeide de kritiek: het was onrechtvaardig dat de militaire verplichting werd opgelegd aan jongens die zelf geen politieke rechten hadden en dat alleen de elite van de vervanging profiteerde. Ondanks alle bezwaren werd het remplaçantenstelsel pas in 1898 afgeschaft. Nederland was hiermee een van de laatste landen die het stelsel afschafte.

Nationaal Archief

Publicatie

Eddie van Roon, Lotgevallen. De beleving van de dienstplicht door de Nederlandse bevolking in de negentiende eeuw, Academisch Proefschrift, Universiteit van Amsterdam, 2013. De publicatie is voor €12,- excl. verzendkosten te bestellen via een speciale Facebook-pagina.


Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in