Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

De eerste koninklijke besluiten van de Oranje-vorsten


Den Haag

Nu Willem-Alexander is ingehuldigd als Koning van Nederland, kan hij beginnen met zijn koninklijke werkzaamheden. Een belangrijke taak van de Nederlandse vorst is het ondertekenen van koninklijk besluiten (KB’s). Koningin Beatrix zette tijdens haar regeerperiode jaarlijks ongeveer 15.000 keer haar handtekening onder wetten en KB’s. Koning Willem-Alexander weet dus wat hem te wachten staat! Na verloop van tijd zal een zekere routine ontstaan in het ondertekenen van deze documenten. Maar om voor de eerste keer als Koning je handtekening te mogen zetten, is natuurlijk heel bijzonder. Welke besluiten ondertekenden de voorgangers van Willem-Alexander?

Koninklijke administratie

Bijna elke dag houdt de Koning zich bezig met het lezen en bespreken van staatsstukken. Heel veel zaken worden namelijk bij KB geregeld, zoals het benoemen, ontslaan of decoreren van personen, het doorsturen of terugverwijzen van wetsontwerpen en het beantwoorden van officiële brieven. Voor al deze documenten geldt dat de besluiten pas geldig zijn als ze zijn voorzien van een koninklijke handtekening. Om deze administratie in goede banen te leiden, heeft Willem-Alexander het Kabinet van de Koning en het Algemeen Secretariaat ter beschikking. Zij houden de voortgang in de gaten.

Koning Willem II

Willem II werd op 7 november 1840 Koning van Nederland. Op die datum deed zijn vader tamelijk onverwacht afstand van de troon. Het zou nog tot 28 november duren voordat Willem II in de Nieuwe Kerk in Amsterdam werd ingehuldigd. Maar omdat troonopvolging plaatsvindt op het moment van abdicatie en niet op het moment van inhuldiging, begon Willem II al direct op 8 oktober met zijn koninklijke werkzaamheden. Het was voor de Staatssecretarie nog even wennen. In allerijl moest op het voorgedrukte formulier voor koninklijke besluiten na de aanhef ‘Wij Willem’ nog snel met de hand ‘II’ ingevoegd worden.

Het eerste besluit van deze nieuwe Nederlandse vorst had direct betrekking op zijn voorganger en op de nieuwe taak die hemzelf wachtte. Willem II gaf opdracht aan ‘Onze Minister van Staat, belast met de generale Directie voor de zaken van de Hervormde en andere Erediensten, alsmede Onzen Directeur Generaal voor de zaken van de Roomsch Catholijke Eredienst’ om ‘de Godsdienstige gezindheden uit te noodigen’ om op de eerstkomende zondag voor zijn vader en hemzelf te bidden.

Proclamaties van Willem III en Wilhelmina

Koning Willem III en Koningin Wilhelmina zetten hun eerste koninklijke handtekeningen allebei onder een Proclamatie die zij aflegden op het moment dat zij hun koningschap aanvaardden. Voor Wilhelmina was dat op 31 augustus 1898, de dag dat zij 18 werd. Daarmee kwam een einde aan het regentschap van Koningin-moeder Emma. De proclamatie van Willem III zag het licht op 21 maart 1849, 4 dagen nadat zijn vader Willem II zijn laatste adem had uitgeblazen.

Koningin Juliana

Juliana had voor haar officiële aantreden als vorstin al de nodige ervaring opgedaan met het ondertekenen van koninklijke besluiten. Zij trad namelijk op als prinses-regentes voor Koningin Wilhelmina die gedurende 2 korte periodes tijdelijk haar koninklijk gezag had neergelegd om gezondheidsredenen. Op 4 september 1948 zette Juliana haar eerste handtekening als Koningin onder een besluit waarmee zij haar moeder de Militaire Willemsorde toekende.

Koningin Beatrix

Beatrix zette haar eerste handtekeningen als Koningin onder een aantal besluiten die de ‘Inhuldigingsmedaille 1980’ toekenden aan een aantal familieleden, enkele van haar persoonlijke gasten en leden van buitenlandse vorstelijke missies. Dit deed zij direct na het ondertekenen van de Akte van Abdicatie, maar nog vóórdat zij was ingehuldigd in de Nieuwe Kerk; vanaf het moment dat Juliana haar abdicatie ondertekende, was Beatrix immers al Koningin. De inhuldiging is feitelijk alleen de formele en openbare bevestiging van deze overdracht.

Staatsrechterlijk heeft Willem-Alexander zijn eerste handtekening als Koning van Nederland dus al gezet toen hij op 30 april jl. zijn naam onder de Akte van Abdicatie van zijn moeder zette. Vanaf het moment dat Beatrix haar pen van het perkament haalde, was hij immers al koning. Maar zijn eerste ‘reguliere’ handtekening zal onder een nieuwe wet of koninklijk besluit komen te staan.

Nationaal Archief

2.02.01 – archieven van de Algemene Staatssecretarie en van het Kabinet des Konings, met de daarbij gedeponeerde archieven, 1813-1840, inv.nr. 4637 (Koning Willem II)
2.02.04 – archief van het Kabinet des Konings, 1841-1897, inv.nr. 541 (Koning Willem III)
2.02.14 – archief van het Kabinet der Koningin, 1898-1945, inv.nr. 4601 (Koningin Wilhelmina)
2.02.20 – archief van het Kabinet der Koningin, 1946-1975, inv.nr. 9707 (Koningin Juliana)
2.02.30 – archief van het Kabinet der Koningin: Verbaalarchief, inv.nr. 14735 (Koningin Beatrix)

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in