Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Een gendarmerie voor Albanië


Den Haag

De terugtrekking van de circa 500 Nederlandse militairen en politiemensen van de Nederlandse politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz is momenteel in volle gang. 100 jaar geleden besloot Nederland op verzoek van een internationale commissie een leidende rol op zich te nemen in een soortgelijke ‘politiemissie’ in Albanië. Doel was toen om een Albanese gendarmerie op te zetten, die de nieuwe regering op weg moest helpen het land te besturen en de binnenlandse twisten tussen verschillende bevolkingsgroepen te beëindigen. Majoor Lodewijk Thomson overleefde deze missie niet, en is daarmee het eerste Nederlandse slachtoffer van een internationale vredesmissie.

Een onafhankelijk Albanië

Het enorm omvangrijke Ottomaanse Rijk is aan het begin van de 20e eeuw danig verzwakt. In 1912 ziet een aantal volkeren in de Balkan zijn kans schoon en begint een oorlog tegen de Ottomaanse machthebbers. Albanië maakt van de chaotische omstandigheden gebruik om de onafhankelijkheid uit te roepen. Dat gebeurt op 28 november 1912 in de stad Vlorë. Op een internationale conferentie in Londen erkennen Frankrijk, Engeland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland, Duitsland en Italië die onafhankelijkheid van Albanië.

Een Internationale Controle Commissie moet zorgen voor een soepele overgang naar de nieuwe zelfstandige staatsvorm. Om dat in goede banen te leiden, besluit de commissie dat er een Albanese gendarmerie opgezet moest worden. De leiding van die gendarmerie zou in handen moeten liggen van buitenlandse officieren uit een neutraal land. Nadat Zweden heeft bedankt voor de eer, benaderen de commissieleden op 1 augustus 1913 Nederland. De Nederlandse reactie is wel positief.

De missie begint

De minister van Oorlog, Colijn, heeft direct een officier op het oog voor de missie: majoor Thomson. De militair Lodewijk Willem Johan Karel Thomson maakt op dat moment al een kleine 10 jaar deel uit van de Tweede Kamer, waar hij als defensiespecialist een reputatie heeft opgebouwd. Samen met kolonel Willem de Veer, die de leiding krijgt over de missie, en 2 sergeants, arriveert Thomson op 10 november 1913 in Vlorë. De situatie in Albanië is op dat moment erg chaotisch, omdat de nieuwe regering niet door alle Albanezen erkend wordt en het Albanese grondgebied nog veel andere bevolkingsgroepen herbergt.

Om enig zicht te krijgen op de taak die hun te doen staat, trekken De Veer en Thomson er direct op uit voor een studiereis door het gebied. Thomson is niet onder de indruk van wat zij aantreffen, al ontvangt de bevolking hen met open armen. Aan de minister van Buitenlandse Zaken schrijft hij op 18 november 1913: ‘Men waant zich terug in lang vervlogen tijdperken; geen spoor van eenige beschaving; het volk maakt in hooge mate den indruk van apathie en indolentie. Men verwacht alles van den vreemde en uit o.m. blijdschap over onze komst.’

Het plan van De Veer en Thomson is om een gendarmerie bestaande uit 5.000 man op te zetten voor heel Albanië. Maar ook na het opzetten van dit onderdeel zal Nederland volgens Thomson hoe dan ook een rol moeten blijven spelen: ‘Reeds nu lijkt het ons volkomen uitgesloten, dat nu Nederland eenmaal tot een onderzoek zich bereid heeft gesteld, het niet tevens de consequentie daarvan zoude aanvaarden: dat is zoodra mogelijk de gendarmerie te beheeren.’

Fatale aanval

De Nederlandse gendarmeriemissie zou Thomson uiteindelijk fataal worden. Op 15 juni 1914 wordt zijn garnizoen bij Durrës aangevallen door rebellen tegen het nieuwe Albanese bewind. Uit het ooggetuigenverslag van majoor L. Roelfsema: ‘Plotseling wendde ZHEG. [Thomson, red.] zich tot den Majoor, zeggende: “Ik ben gewond”. De Majoor zag twee kleine gaten in de jas van den overste, één boven in de rechterborst, dicht bij de halsinplanting, het andere iets hooger in den rug, in den rechterschouder. (…) De Majoor liep onmiddellijk met den gewonde in de richting van den kunstweg, de overste zeide nog: “Laat mij wegbrengen” doch zakte plotseling ineen, na een dertigtal schreden te zijn gegaan.’ Men probeert Thomson nog in veiligheid te brengen, maar het mag niet meer baten. Een in de haast opgetrommelde officier van gezondheid ‘kon slechts de dood vaststellen, veroorzaakt door inwendige verbloeding tengevolge van het doorboren van een hoofdslagader’.

Einde van de missie

Eind juli besluit minister Loudon van Buitenlandse Zaken de Nederlandse officieren terug te trekken uit Albanië. De 6 internationale grootmogendheden kunnen geen militaire garanties bieden om de Nederlanders voldoende veiligheid te bieden. Ook breekt ongeveer gelijktijdig de Eerste Wereldoorlog uit. Het eerste experiment van belangeloos internationaal optreden is daarmee feitelijk mislukt.

Nationaal Archief

Over de missie in Albanië is onder andere informatie te vinden in:
2.05.03 – archief ministerie van Buitenlandse Zaken/A-dossiers, 1815-1940, inv.nr. 652
2.05.312 – archief Nederlands gezantschap in Griekenland, 1885-1941, inv.nr. 315
2.13.16 – archief Hoofdkwartier Veldleger, 1891-1947, inv.nr. 662
2.05.26 – archief Gezantschap Italië, 1911-1940, inv.nrs. 295-296

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in