gahetNA in het Nationaal Archief

Hollands Spoor: het nieuwe Lees het NA magazine


Den Haag

Openbaar vervoer in de provincie Zuid-Holland is het thema in het nieuwe Lees het NA magazine. Dit nummer is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Erfgoedhuis Zuid-Holland. Deze erfgoedorganisatie besteedt in 2013 namelijk extra aandacht aan het vervoer in Zuid-Holland. Het 5e nummer van het Lees het NA magazine ligt vanaf 3 juli in de winkels.

‘Wij hebben niets te klagen’

‘We zijn immers in het oog van de directie een bende achterlijke boeren en stumpers. (…) Wij hebben niets te klagen en niets te eischen. Is het niet heerlijk dat wij niet hoeven te loopen van Middelharnis of Ouddorp naar Rotterdam, dat we niet hoeven te zwemmen over het Haringvliet?’, aldus een verontwaardigde Zuid-Hollander in 1919. Deze ingezonden brief is een aanklacht tegen de directie van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM).

Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij

De RTM wordt 135 jaar geleden opgericht in 1878 door 2 Gelderse ondernemers. Zij komen als winnaars uit de bus bij een aanbesteding door de gemeente Rotterdam van de aanleg en exploitatie van paardentramlijnen in de stad. De maatschappij groeit snel, maar trekt zich in 1904 terug uit het stadsvervoer. De RTM gaat zich volledig concentreren op het vervoer van en naar de Zuid-Hollandse en de Zeeuwse eilanden. Door de uitbreiding van de Rotterdamse haven was de aanvoer van voldoende arbeidskracht uit dit gebied van groot belang.

Voor de inwoners van de eilanden is de komst van de RTM heel voordelig. Om naar plaatsen als Rotterdam, Zierikzee en Dordrecht te komen zijn zij tot die tijd aangewezen op stoomboten. Die wijze van vervoer is weliswaar relatief goedkoop, maar ook traag. Een reis van Rotterdam naar Hellevoetsluis duurt in 1909 per boot 2 uur en 3 kwartier; met de tram slechts 1,5 uur.

Ontevreden reizigers

Hoewel de tram dus zowel maatschappelijk als economisch van groot belang is, zijn veel van de reizigers ontevreden. Trams zijn vaak te vol, waardoor reizigers alleen nog kunnen staan. Een andere steen des aanstoots zijn de tramhaltes, die vaak aan caféhouders in beheer gegeven zijn. Dat leidt er soms toe dat reizigers alleen in de wachtruimte mogen plaatsnemen als ze ook een consumptie gebruiken. Ook de veiligheid van de trams is een probleem.

Deze sluimerende onvrede komt tot uitbarsting in en na de Eerste Wereldoorlog. Brandstof is erg schaars en bijna niet te betalen. Om kosten te besparen beperkt de RTM niet alleen de dienstregeling, maar verdubbelt zij ook de tarieven. Daarnaast wordt bezuinigd op verlichting en verwarming, wat het reiscomfort ook niet ten goede komt. Voor de klanten van de RTM zijn dit de druppels die de emmer doen overlopen.

Actiecomité tegen ‘Rotte Toestanden Maatschappij’

De redactie van het tijdschrift Onze Eilanden uit Middelharnis richt een Comité van Actie op tegen wat de ‘Rotte Toestanden Maatschappij’ of de ‘Rotterdamsche Middeleeuwsche Tramweg Maatschappij’ wordt genoemd. In korte tijd verzamelt het Comité 5.000 reacties. Uiteindelijk stelt de minister van Waterstaat in 1919 een ‘Commissie tot Onderzoek omtrent het bedrijf der RTM’ in. Die Commissie doet een aantal voorstellen voor verbeteringen, maar concludeert ook dat een deel van de klachten direct te maken heeft met de oorlogsomstandigheden.

Helemaal goed komt het daarna niet meer met de RTM op de eilanden. Langzaam daalt het aantal reizigers. De Watersnoodramp van 1953 luidt het einde in. Sommige lijnen worden daarna niet meer hersteld. En hoewel andere wel worden opgelapt, ontbreekt een budget voor grootschalig onderhoud. De laatste RTM-tram rijdt op 14 februari 1966 op het traject Spijkenisse – Hellevoetsluis.

Lees het NA magazine

Dit nieuwsitem is gebaseerd op een artikel van Marloes Wellenberg in het nieuwe nummer van het Lees het NA magazine. Lees het NA magazine 5/2013 is vanaf 3 juli 2013 te koop in de boekhandel.
Het Lees het NA magazine is een uitgave van Het Genootschap voor het Nationaal Archief.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in