gahetNA in het Nationaal Archief

Prinsjesdag 2013


Den Haag

Prinsjesdag is van oudsher de dag waarop het nieuwe parlementaire jaar begint en de Nederlandse vorst namens de regering de troonrede uitspreekt. Dit jaar wordt de troonrede voor het eerst sinds 19 september 1887 (de laatste troonrede van Willem III) uitgesproken door een koning.

Niet alleen de staatkundige verhoudingen, ook het ceremonieel van Prinsjesdag verandert in de loop van de tijd. Koningin Maxima neemt in de Ridderzaal naast Koning Willem-Alexander plaats; ten tijde van de koningen Willem I, II en III werd dat nog als ongepast beschouwd.

Eerste troonrede

De allereerste troonrede van een koning der Nederlanden is die van Willem I in 1815. (Al een jaar eerder spreekt hij op 2 mei 1814 een troonrede uit, maar toen was hij nog niet ingehuldigd als koning. Die troonrede leest hij dan ook voor als prins Willem Frederik van Oranje-Nassau, soeverein vorst van de Vereenigde Nederlanden.)

Op 16 oktober 1815 opent Koning Willem I de ‘vereenigde zitting der beide kamers’ met de woorden:

‘Edel mogende heren! (…) Sedert het voorjaar hebben onvoorzienbare gebeurtenissen buitengewone pogingen noodzakelijk gemaakt. Geen Nederlander, of hij ziet met welgevallen op dat tijdstip terug; want in hetzelfde werd de onafhankelijkheid des Vaderlands gevestigd.’

Een traditie is geboren.

Van koninklijke naar ministeriële verantwoordelijkheid

Koning Willem I schrijft zijn troonredes nog zelf. Vanaf 1825 mogen de ministers weliswaar suggesties aandragen, maar Willem I en later Willem II houden de regie over de tekst.

Die situatie verandert in 1848, als Nederland een parlementaire democratie wordt. Vanaf dat moment bepalen de ministers de inhoud van de troonrede. In de nieuwe grondwet komt ook te staan dat de koning de troonrede op elke 3e maandag van september houdt. Die traditie houdt een kleine 40 jaar stand. In 1887 wordt Prinsjesdag naar de 3e dinsdag van september verplaatst. De reden daarvoor is het eerbiedigen van de zondagsrust; nu hoeven volksvertegenwoordigers niet langer op zondag te reizen om tijdig in Den Haag aanwezig te kunnen zijn.

De koning leest zijn troonrede in de 19e eeuw voor in de vergaderzaal van de Tweede Kamer, de Oude Balzaal aan het Binnenhof. De Ridderzaal komt pas in beeld vanaf 1904, als het middeleeuwse gebouw na jaren van verval volledig gerenoveerd is.

Koning(in) spreekt troonrede niet uit

De zittende koning of koningin hoeft de troonrede niet zelf uit te spreken. Het staatshoofd kan die taak ook overdragen aan een minister. In het verleden heeft een aantal vorsten van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Zo laat Willem I verstek gaan door het overlijden van zijn zus in 1819 en zijn vrouw in 1837. Ook Willem III draagt vanwege sterfgevallen in de familie de taak 2 keer over: in 1881 overlijdt zijn oom prins Frederik en in 1884 zijn zoon Alexander. Daarnaast laat hij in 1888, 1889 en 1890 verstek gaan vanwege zijn zwakke gezondheid. Koningin Wilhelmina leest de troonrede 3 keer niet zelf voor: in 1909 als zij zwanger is van Juliana, in 1911 uit protest tegen het niet-aftreden van Tweede-Kamervoorzitter Van Bylandt en in 1947 vanwege ziekte.

Niet iedereen vindt het vanzelfsprekend dat het staatshoofd de troonrede uitspreekt. Abraham Kuyper uit als hoofdredacteur van dagblad De Standaard in 1872 en later als minister-president in 1901 openlijk kritiek op het voorlezen van de troonrede door het staatshoofd. Volgens hem is dat een taak van een minister sinds de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid in 1848. In zijn eigen kabinetsperiode laat Kuyper de traditie echter in ere.

‘Leve de Koning!’

In 1897 is de traditie ontstaan om na het uitspreken van de troonrede: ‘Leve de Koningin!’ te roepen. Het Tweede Kamerlid voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) J.H. Donner komt de eer toe deze gewoonte spontaan in gang te hebben gezet.

Daarna is het een tijdlang de rol van het meest ervaren lid van de Staten-Generaal om met dit huldeblijk aan te vangen. Pas sinds 1946 neemt de voorzitter van de Verenigde Vergadering de toejuiching voor zijn rekening, daarbij steevast gevolgd door een driewerf 'Hoera!'.

Dit jaar klinkt dus na het uitspreken van de troonrede voor het eerst: ‘Leve de Koning!’.

Nationaal Archief

2.02.21.01 – Handelingen van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal over de jaren 1815-2009, inv.nr. 2

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in