gahetNA in het Nationaal Archief

Tjicoppo, het Indische landgoed van de familie Couperus


Den Haag

Vandaag precies 150 jaar geleden wordt Louis Couperus, een van de grootste namen in de Nederlandse literatuurgeschiedenis, geboren. Zijn wieg staat in Den Haag en daar groeit hij ook deels op, maar ook zijn Indische familiewortels hebben hun sporen nagelaten in zijn leven en werk. Het Indische landgoed Tjicoppo speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de familie Couperus.

Ingeschreven als meisje

Louis Marie Anne Couperus ziet het levenslicht op 10 juni 1863 in een huis op de Mauritskade nummer 11 (thans 43) in Den Haag. Hij is dan het 11e kind van mr. John Ricus Couperus (1816-1902) en jonkvrouw Catharina Geertruida Reynst (1829-1893). Niet minder dan 4 van hun eerder geboren kinderen zijn op jonge leeftijd overleden. De doopnamen die zijn ouders aan Louis geven, verwijzen naar hun 3 verloren dochters. Dit leidt nogal eens tot verwarring, bijvoorbeeld bij de burgerlijke stand van Den Haag, waar Louis tot zijn 18e jaar staat ingeschreven als meisje!

Nederlands-Indië

Hoewel Louis dus een echte Haagse jongen is, krijgt hij de Nederlands-Indische cultuur met de paplepel ingegoten. In Oostwaarts, een bundel met reisbrieven die hij als correspondent in 1921-1923 voor de Haagsche Post schrijft tijdens de reis die hij met zijn vrouw maakt naar Nederlands-Indië, China en Japan, formuleert Couperus het zelf als volgt: ‘De Indische traditie had steeds in mijn familie geheerscht – mijn overgrootvader was Abraham Couperus, Gouverneur van Malakka geweest; mijn grootvader de Gouverneur-Generaal Reynst; mijn vader was gepensioneerd rechterlijk ambtenaar, en toen mijn twee oudste broers in Delft ‘klaar’ waren gekomen voor Indië, ging de geheele familie – wij waren talrijk, broeders en zusters – nog eens over naar de, van verre lokkende, landen der tropische zon. De zon lokte misschien mijne ouders, die den ouden dag zagen naderen en het perspectief der gouden galonnen lokte misschien de eerzucht mijner jonge broërs. Want B.B. (Binnenlandsch Bestuur) was bij ons en bij de aanverwante familie het ideaal’.

‘Verre landen der tropischen zon’

Zelf maakt Louis op 9-jarige leeftijd kennis met het verre land overzee. Op 8 november 1872 scheept de familie Couperus zich in voor de reis naar Indië. Daar zetten zij op 31 december voet aan wal. Zijn 2e vaderland maakt onmiddellijk een geweldige (en blijvende) indruk op Louis. Hij geniet met volle teugen van het leven in Batavia, waar het gezin een groot huis aan het Koningsplein heeft betrokken.

Tjicoppo

Maar ook het familielandgoed buiten Batavia, Tjicoppo in Buitenzorg, behoort tot de Indische wereld van Louis. Aan het begin van Oostwaarts herinnert Louis zich: ‘Wij hadden destijds ons familieland, Tjikoppo – een oom was er administrateur – maar de koffie en wat er meê te verdienen was, lokte, geloof ik, mijn vader en broeders niet; meer lokte, als ik reeds zeide, de zon en het gouden galon.’

De oom waar Louis het hier over heeft is Henry Couperus, een gepensioneerde majoor van de cavalerie en commandant van het regiment Oost-Indische cavalerie. Deze zet in 1855 een punt achter zijn tot dan toe succesvol verlopen militaire loopbaan. Hij vraagt om eervol ontslag en krijgt dit ook. Direct vestigt hij zich op het landgoed Tjicoppo bij Buitenzorg, dat dan al enige tijd in het bezit van de familie Couperus is.

Tjicoppo wordt gevormd door cultuurlandschap waarop onder andere koffie en thee verbouwd wordt. Daarnaast beschikt het over vee. Het landgoed vormt aanvankelijk een belangrijke bron van inkomsten voor de familie. Op 31 november 1882 constateert John Ricus jr., een broer van Louis, in een brief aan zijn vader echter dat de waarde en het belang van het landgoed de laatste jaren is verminderd: ‘In 1875 waren er op 1O January 6966 zielen in 1879 daarentegen slechts 5010’. Ook de omvang van de veestapel is dan danig verkleind: ‘De veestapel bedraagt thans nog slechts 881 beesten. Hoeveel er vroeger waren kan ik niet zeggen, maar wel dat Tjikoppo evenals alle landen in de afdeeling Buitenzorg veel geleden heeft ten gevolge van de veepest’.

Van Tjicoppo naar Surinamestraat

Niet alleen als bron van inkomsten voor zijn vader en andere leden van de familie, ook op een andere manier beïnvloedt het landgoed Tjicoppo het leven van Louis Couperus. Zijn vader verkoopt het buiten in mei van het jaar 1883. Met het geld dat hij daarmee verwerft, laat hij in Den Haag een huis bouwen aan de Surinamestraat 20. De familie betrekt haar nieuwe woning in 1884. In 1891 verlaat Couperus dit huis, maar het is wel hier dat hij in 1887-1888 zijn eerste grote roman schrijft, Eline Vere. (Mede daarom heeft de Stichting Couperus Surinamestraat vanaf 2007 een actie op touw gezet om het pand te verwerven, met het doel daar het Couperus-museum in te vestigen. Zonder resultaat; inmiddels is de Stichting opgeheven.)

Nationaal Archief

1.10.23 – Archief van de familie Couperus, 1443-1947, inv.nrs. 66 en 122

En ook

De website Isgeschiedenis besteedt ook volop aandacht aan de 150ste geboortedag van Louis Couperus. Lees het Couperus-dossier op Isgeschiedenis.nl.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in