gahetNA in het Nationaal Archief

Haagse topconferenties


Den Haag

Op 24 en 25 maart verzamelen 53 landen, 4 internationale organisaties, 5000 delegatieleden en 3000 journalisten zich in Den Haag voor de 3e nucleaire veiligheidstop. Het is de grootste internationale conferentie ooit in Nederland gehouden.

Keuze voor Nederland en Den Haag

Sinds de vredesconferenties in 1899 en 1907 wordt Den Haag gezien als dé plek voor internationale conferenties op het gebied van vrede en recht. De 1e vredesconferentie van 1899 wordt op initiatief van de Russische tsaar Nicolaas II in Den Haag georganiseerd omdat eerdere conferenties over internationaal recht in deze stad goed georganiseerd waren, Nederland neutraal is en het land goed bereikbaar is.

Huis ten Bosch

Uit 26 landen reizen in 1899 zo’n 100 delegatieleden naar Den Haag af. De dan 18-jarige Koningin Wilhelmina stelt de Oranjezaal van haar zomerresidentie Paleis Huis ten Bosch ter beschikking aan de conferentie. In dezelfde zaal vindt het diner plaats dat Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima op 24 maart aan de regeringsleiders aanbieden. De vredesconferentie van 1899 duurt van half mei tot eind juli, heel wat langer dan de 2 dagen die nu voor de top zijn uitgetrokken.

Veiligheid

Voor de nucleaire top is alles uit de kast gehaald om de veiligheid te garanderen. In 1899 is dat nog niet nodig. Alhoewel?
De Armeniër Minas Tcheraz weet op de openingsdag van de vredesconferentie door te dringen tot Paleis Huis ten Bosch. Hij huurt de netste koets die hij in Den Haag kan krijgen en speldt de Commandeursorde van Bolivar op zijn borst. Bij de ingang wordt hij aangehouden maar op vertoon van een grote envelop (met daarin onthullingen over nieuwe gruwelen tegen Armeniërs), salueren de soldaten en laten hem doorgaan. Het rijtuig rijdt tot de trap van het Paleis. Tcheraz wandelt naar boven en overhandigt de envelop aan een lakei met het verzoek deze ‘officiële’ stukken direct aan de Russische president van de vredesconferentie, De Staal, te overhandigen.

De Beaufort

De erevoorzitter van de vredesconferentie en minister van Buitenlandse Zaken, W.H. de Beaufort, schrijft in zijn dagboek dat Tcheraz zelfs kaartjes afgeeft met daarop: ‘gedelegeerde tot de vredesconferentie’. En dat ‘terwijl hij daar niets te zoeken heeft’. De Haagse politie verbiedt vervolgens Tcheraz een lezing met lichtbeelden te houden. De Beaufort verontschuldigt zich bij de sultan van Turkije voor het incident met de Armeniër Tcheraz die ‘het de Turkse gedelegeerden moeilijk wil maken’. Kranten meten het incident breed uit.

Openheid?

In 1899 is de conferentie zelf een besloten gebeuren. Alleen bij de opening is een select gezelschap van dagbladjournalisten welkom. De klacht is dan ook dat de conferentie te besloten is. Wel worden de bijeenkomsten gefilmd met een cinematograaf en het geluid opgenomen met een fonograaf. Een stenograaf en een sneltekenaar brengen de beelden en het geluid vervolgens naar buiten. Volgens De Beaufort heeft de pers weinig aandacht voor de belangrijke vredesvraagstukken. Alleen de vraag of de Paus of Zuid-Afrika wel of niet komen en ‘eenig weinig interessante Turken en Armeniërs die drukte wilden maken’, kunnen op belangstelling rekenen.

Resultaat

De Haagse Vredesconferentie levert uiteindelijk een zwaarbevochten resultaat op: er komt geen algemeen ontwapeningsverdrag maar wel een verbod op het gebruik van gifgassen en het werpen van bommen uit luchtballonnen. Ook wordt besloten een Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag op te richten. Ondanks vervolgconferenties en de bouw van het Vredespaleis, breekt in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit, waarin grif gebruik wordt gemaakt van de afgezworen gifgassen en bommen. Hopelijk biedt het slotcommuniqué van de nucleaire top meer soelaas voor de gewenste nucleaire veiligheid.

Nationaal Archief

2.21.290 Archief De Beaufort, inv.nrs. 276-283

Dagboeken De Beaufort

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in