Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: Na de revolutie van 1917 bleef de waarnemend gezant Willem Jacob Oudendijk nog enige maanden in Petrograd, de voormalige Russische hoofdstad. Op 9 november 1918 verliet Oudendijk zijn post en keerde, op instructie van de regering naar het vaderland teug. Vanaf die datum had Nederland géén diplomatieke betrekkingen met Rusland meer. In de periode tot 1942, het herstel van de officiële betrekkingen met de Sovjetunie, is het opnieuw aanknopen van diplomatieke betrekkingen met het nu communistische Rusland verschillende malen voorwerp van bespreking geweest. Het Nederlandse bedrijfsleven probeerde de bestendige handelsrelaties enigermate te formaliseren door samenwerking met andere landen voor te stellen. Dit leverde geen resultaten op. Na 1922 oefenden Nederlandse bedrijven andermaal druk uit op de regering om dan in ieder geval tot een bilateraal handelsakkoord te komen. Feit was het in ieder geval dat de handel tussen Nederland en de Sovjetunie na 1917 weer op gang kwam. Een de jure erkenning van de Sovjetunie kwam voor de Nederlandse regering pas ter sprake als de Sovjetunie oude vorderingen erkend zou hebben en als daar een regeling voor getroffen zou zijn.. Er waren in deze tijd wel handelsmissies van Rusland in Rotterdam en Amsterdam terwijl het ministerie van Economische Zaken in de Sovjetunie "vertegenwoordigd" was voor handelszaken. In de periode 1925-1940 werden er wel vragen door het parlement gesteld, maar de regering wijzigde haar standpunt (dat er geen termen voor een de jure erkenning van de Sovjetunie aanwezig waren) niet. Koningin Wilhelmina was geen voorstandster van het weer aanknopen van betrekkingen met de Sovjetunie. Uiteindelijk, toen Rusland met de Duitse inval op 22 juni 1941, een geallieerd bondgenoot werd, kwam het al dan niet aangaan van diplomatieke relaties weer in de actualiteit. C. baron van Breugel Douglas werd de eerste vertegenwoordiger van Nederland bij het Russische staatshoofd. Hij arriveerde op 11 september 1943 te Moskou. Op 18 september 1943 bood Van Breugel Douglas zijn geloofsbrieven aan aan Kalinin, president van het presidium van de opperste raad van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Na de oorlog werd Van Breugel Douglas teruggeroepen. In de periode tot 1955 bekleedden achtereenvolgens de heren A.H.J. Lovink, dr. P.H. Visser, mr. R.C.A. baron van Pallandt en jhr. mr. P.D.E. Teixeira de Mattos het ambt van ambassadeur van Nederland. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog waren de belangen van zowel de Sovjetunie als die van Nederland gericht op de wederopbouw van het land. Er was veel aandacht voor de slachtoffers die door de gewelddadigheden en vervolging gevallen waren. In het verlengde hiervan richtte de overheden en publieke opinie zich op de repatriëring van landgenoten. Vele Nederlanders waren, al dan niet als werkkracht voor de Duitsers, in Rusland verzeild geraakt, terwijl Russen door de oorlogsomstandigheden in ons land terecht waren gekomen. De schriftelijke neerslag van deze activiteiten worden in het archief Moskou, 1943-1955 aangetroffen.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer Na de revolutie van 1917 bleef de waarnemend gezant Willem Jacob Oudendijk nog enige maanden in Petrograd, de voormalige Russische hoofdstad. Op 9 november 1918 verliet Oudendijk zijn post en keerde, op instructie van de regering naar het vaderland teug. Vanaf die datum had Nederland géén diplomatieke betrekkingen met Rusland meer.
In de periode tot 1942, het herstel van de officiële betrekkingen met de Sovjetunie, is het opnieuw aanknopen van diplomatieke betrekkingen met het nu communistische Rusland verschillende malen voorwerp van bespreking geweest. Het Nederlandse bedrijfsleven probeerde de bestendige handelsrelaties enigermate te formaliseren door samenwerking met andere landen voor te stellen. Dit leverde geen resultaten op.
Na 1922 oefenden Nederlandse bedrijven andermaal druk uit op de regering om dan in ieder geval tot een bilateraal handelsakkoord te komen. Feit was het in ieder geval dat de handel tussen Nederland en de Sovjetunie na 1917 weer op gang kwam.
Een de jure erkenning van de Sovjetunie kwam voor de Nederlandse regering pas ter sprake als de Sovjetunie oude vorderingen erkend zou hebben en als daar een regeling voor getroffen zou zijn.. Er waren in deze tijd wel handelsmissies van Rusland in Rotterdam en Amsterdam terwijl het ministerie van Economische Zaken in de Sovjetunie "vertegenwoordigd" was voor handelszaken.
In de periode 1925-1940 werden er wel vragen door het parlement gesteld, maar de regering wijzigde haar standpunt (dat er geen termen voor een de jure erkenning van de Sovjetunie aanwezig waren) niet. Koningin Wilhelmina was geen voorstandster van het weer aanknopen van betrekkingen met de Sovjetunie.
Uiteindelijk, toen Rusland met de Duitse inval op 22 juni 1941, een geallieerd bondgenoot werd, kwam het al dan niet aangaan van diplomatieke relaties weer in de actualiteit. C. baron van Breugel Douglas werd de eerste vertegenwoordiger van Nederland bij het Russische staatshoofd. Hij arriveerde op 11 september 1943 te Moskou. Op 18 september 1943 bood Van Breugel Douglas zijn geloofsbrieven aan aan Kalinin, president van het presidium van de opperste raad van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Na de oorlog werd Van Breugel Douglas teruggeroepen. In de periode tot 1955 bekleedden achtereenvolgens de heren A.H.J. Lovink, dr. P.H. Visser, mr. R.C.A. baron van Pallandt en jhr. mr. P.D.E. Teixeira de Mattos het ambt van ambassadeur van Nederland.
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog waren de belangen van zowel de Sovjetunie als die van Nederland gericht op de wederopbouw van het land. Er was veel aandacht voor de slachtoffers die door de gewelddadigheden en vervolging gevallen waren. In het verlengde hiervan richtte de overheden en publieke opinie zich op de repatriëring van landgenoten. Vele Nederlanders waren, al dan niet als werkkracht voor de Duitsers, in Rusland verzeild geraakt, terwijl Russen door de oorlogsomstandigheden in ons land terecht waren gekomen. De schriftelijke neerslag van deze activiteiten worden in het archief Moskou, 1943-1955 aangetroffen.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in