gahetNA in het Nationaal Archief

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: De Zuid-Afrikaanse Republiek Korte geschiedenis Kaap de Goede Hoop werd vanaf de 17e eeuw door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) gebruikt als een stopplaats onderweg naar Azië. De schepen sloegen er vers water en voedsel in. In 1651 richtte de VOC er een vaste bevoorradingspost op. Het bezette gebied stond onder leiding van commandeurs, gouverneurs en commissarissen. Een aantal jaren later werd het inwoners van de Republiek toegestaan om zich aan de Kaap te vestigen als zogenaamde 'vrijburgers'. Velen maakten hier gebruik van en er ontstond een bloeiende landbouwkolonie. (Zuid-Afrika is echter nooit een officiële Nederlandse kolonie geweest.) Er werden slaven geïmporteerd om te dienen als goedkope arbeidskrachten. Aan het eind van de 17e eeuw vestigden ook Duitsers en Fransen zich in het gebied. Samen zouden deze Europeanen het 'Afrikanervolk' gaan vormen. Al snel ontstonden er conflicten. De Afrikaners (ook wel Boeren genoemd) eisten zelfbestuur, maar zowel de VOC als de Staten-Generaal waren hier op tegen. Uiteindelijk kwamen de Boeren in opstand. In 1795 namen zij in een aantal districten het gezag over en verenigden zij zich met een eigen constitutie direct onder de Nederlandse Republiek. De bezetting van de Kaap door Groot-Brittannië in datzelfde jaar maakte echter al weer snel een einde aan het zelfbestuur. De Vrede van Amiens zorgde er in 1803 voor dat het gebied tijdelijk terugkeerde onder het gezag van de opvolger van de Republiek: de Bataafse Republiek. Maar drie jaar later veroverden de Britten de Kaap wederom en in 1814 kregen zij het definitief in bezit. Toen de Britten aan het einde van de 18e eeuw arriveerden telde Zuid-Afrika zo'n 14.000 Boeren. De nieuwe machthebbers van de Kaapkolonie (of Cape Colony) zorgden ervoor dat de wijnbouw en de wolexport flink toenamen. Maar tegelijkertijd verzetten de Boeren zich tegen de nieuwe, strakke regelgeving, die de Britten hen wilden opleggen. Zo werd het Engels bijvoorbeeld de enige officiële taal. Ook de afschaffing van de slavernij en de vestiging van 5.000 Britse emigranten in de Kaapkolonie zette kwaad bloed. Bij de Boeren ontstond steeds meer behoefte om een nieuwe, onafhankelijke republiek op te richten. Oprichting van de Boerenrepublieken Na de zesde Kafferoorlog in 1834 trokken de Boeren naar het noorden. Dit wordt de 'Grote Trek' genoemd. Hierdoor kwamen zij in conflict met verschillende autochtone stammen (de Ndebele en de Zoeloes). De Boeren kwamen als overwinnaars uit de strijd (de Slag bij de Bloedrivier) en zij annexeerden gedeeltes van Natal. Vervolgens richtten zij een eigen republiek op: Natalia. Vanaf 1842 begon Groot-Brittannië de Boerenrepubliek te veroveren. Zes jaar later, in 1848, probeerden de Boeren tevergeefs het verloren gebied te herwinnen. Daarop stichtten zij twee nieuwe republieken, namelijk Transvaal (de officiële naam luidde: de Zuid-Afrikaanse Republiek) in 1852 en Oranje Vrijstaat in 1854. Beide staten wisten overeenstemming te bereiken met de Britten. Hun onafhankelijkheid werd door Londen erkend in twee traktaten, respectievelijk de Conventie van Zandrivier en de Conventie van Bloemfontein. Natal werd in 1856 een officiële Britse kolonie. De gesloten verdragen hielden niet lang stand. Groot-Brittannië bleek niet bereid zich te houden aan de vastgelegde bepalingen en annexeerde grondgebied van beide republieken (Basoetoland in 1868 en de Transvaalse en Vrijstaatse diamantvelden in 1871). Na de ontdekking van goudvelden werd in 1877 uiteindelijk de gehele Zuid-Afrikaanse Republiek bezet. De Boerenoorlogen De Britten probeerden nu wederom hun wetgeving aan de Boeren op te leggen. Zij wilden hierdoor onder andere de positie van de zwarte bevolking verbeteren. Hiertegen kwamen de Boeren in 1880 in opstand. Zij stonden onder leiding van Paul Krüger. In de Slag om Majuba Hill werden de Britten verslagen en het gevolg was dat de Boeren in 1881 Transvaal terugkregen. Zij hadden de Eerste Boerenoorlog gewonnen. Krüger werd staatspresident van een autonome Zuid-Afrikaanse Republiek. Om zijn staat verder te ontwikkelen reisde hij naar Nederland om daar jonge, hoogopgeleide arbeidskrachten te vinden. Ondertussen hadden de Duitsers zich gevestigd in Zuidwest Afrika (het tegenwoordige Namibië). Londen was bevreesd voor een anti-Brits verbond tussen hen en de Boeren. Daarom werd in 1885 het protectoraat Bechuanaland (het tegenwoordige Botswana) tot stand gebracht. Aan het hoofd stond Cecil Rhodes, die ook het bewind voerde over Cape Colony. Hij probeerde een Britse corridor te realiseren vanaf Kaap de Goede Hoop tot aan Caïro in Egypte. Zelfstandige Boerenrepublieken pasten niet in dit plan. Bovendien werd er in 1886 goud ontdekt in Witwatersrand. Hierdoor groeide Johannesburg zo snel, dat het groter werd dan Kaapstad, dat in Britse handen was. Gelukzoekers, waaronder vele Britten, trokken in grote getale naar de Tranvaal. De economische groei van Witwatersrand maakte Rhodes duidelijk dat hij de Boerenrepublieken moest annexeren. Als aanleiding gebruikte hij hiervoor de grieven van de 'Uitlanders'. Deze groep blanke niet-Afrikanen waren verbolgen over het feit, dat Krüger de termijn, die zij in de republiek moesten wonen alvorens zij mochten stemmen, had verlengd van vijf naar veertien jaar. Een groep Britten probeerde in 1895 de 'Uitlanders' aan te zetten tot een opstand: de zogenaamde Jameson' Raid. Deze actie mislukte echter volkomen. De spanningen tussen de Boerenrepublieken en Groot-Brittannië liepen mede hierdoor echter op tot het kookpunt. Het aftreden van Rhodes veranderde daar niets aan. De Zuid-Afrikaanse Republiek en Oranje Vrijstaat (onder leiding van president Steyn) sloten daarom in 1897 een verbond. Hierdoor zouden zij in een komende - en haast onvermijdelijk lijkende - oorlog één front vormen. Twee jaar later, in 1899, was de Tweede Boerenoorlog inderdaad een feit. De optimistische Britten noemden de oorlog de 'Tea-Time War', terwijl de Boeren spraken over de 'Tweede Vrijheidsoorlog'. Aanvankelijk behaalden de Boeren onder generaals als Botha, Joubert en Hertzog successen. Tegenover de guerrillaoorlog van de Boeren stelden de Engelsen echter de tactiek van 'farm burning'. Ook werden vrouwen en kinderen opgesloten in concentratiekampen. Krüger zocht ondertussen steun in Europa. Uiteindelijk zagen de Boeren zich echter door voedselgebrek en uitblijvende hulp gedwongen om de strijd op te geven. Op 31 mei 1902 werd de oorlog beëindigd. Beide kampen sloten het Verdrag van Vereeniging. Oranje Vrijstaat en de Zuid-Afrikaanse Republiek kwamen onder Brits gezag, maar behielden een grote mate van zelfbestuur. Paul Krüger keerde niet terug en bleef als balling achter in Europa. Hij werd opgevolgd door kolonel Jan Smuts. In 1910 verenigden de Zuid-Afrikaanse Republiek, Kaapkolonie, Oranje Vrijstaat en Natal zich in de Unie van Zuid-Afrika. Louis Botha werd de eerste premier. Om zowel de Boeren als de Britten tevreden te stellen werd besloten om het parlement in Kaapstad te vestigen, de regering in Pretoria en het hooggerechtshof in Bloemfontein. De unie bleef onderdeel van het Britse rijk, maar besliste zelf over binnenlandse aangelegenheden. Staatsinrichting Wetgevende macht Aan de basis van de staatsinrichting van de Zuid-Afrikaanse Republiek lag de Grondwet van 1858. Hierin was bepaald dat de wetgevende macht bij de Volksraad lag. Tot 1889 bestond deze uit twaalf leden, daarna werd dit aantal uitgebreid tot 28. Burgers die gekozen wilden worden in deze raad, dienden aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo moesten zij bijvoorbeeld van onbesproken gedrag zijn, tussen de 30 en 60 jaar oud en lid van de protestantse kerk zijn. Eén keer per jaar vergaderde de Volksraad in Pretoria. In de grondwet werd de Volksraad bestempeld als het hoogste gezag van het land. De president diende bij de raad wetsvoorstellen (van hemzelf, van een Volksraadlid of vanuit het volk) in. Als een voorstel werd aangenomen kreeg dit vervolgens de kracht van wet. Wel hadden de burgers de gelegenheid om hier - gedurende een periode van drie maanden - bezwaar tegen aan te tekenen, voordat de nieuwe wet uiteindelijk in het wetboek werd vastgelegd. Om te voorzien in de behoeftes van het groeiende aantal Uitlanders werd in 1890 de Tweede Volksraad opgericht. De oude Volksraad werd omgedoopt tot Eerste Volksraad. Tegelijkertijd volgden er aanzienlijke wijzigingen in het kiesrecht. Deze waren bedoeld om de vertegenwoordiging van 'Uitlanders' in de Tweede Volksraad te vergemakkelijken en in de Eerste Volksraad te bemoeilijken. De Tweede Volksraad kon onder andere wetten maken voor het mijnwezen, de posterijen, het octrooi- en auteursrecht, de bestrijding van besmettelijke ziektes, de civiele en criminele rechtsprocedures en andere zaken die door de Eerste Volksraad werden doorverwezen. De besluiten van de Tweede Volksraad waren wel onderworpen aan de goedkeuring van de Eerste. De Tweede Volksraad was beslast met de behartiging van technische en stoffelijke belangen, terwijl de Eerste Volksraad het algemene beleid en de hogere volksbelangen voor haar rekening nam. Uitvoerende macht De uitvoerende macht lag in handen van de president (Officieel luidde de titel 'President van den Uitvoerenden Raad'.) en de Uitvoerende Raad. Deze raad telde eerst zes - later zeven - leden. De Zuid-Afrikaanse Republiek kende geen regering op partijpolitieke basis. Naast de president (die als voorzitter optrad) bestond de Uitvoerende Raad nog uit de commandant-generaal ( De commandant-generaal was de hoogste militair van de republiek. Hij werd door het volk gekozen, eerst voor onbepaalde tijd, later voor een periode van tien jaar.), de staatssecretaris, twee burgers ( De twee burgers werden door de Volksraad gekozen, maar niet vanuit hun midden. Het was namelijk verboden dat de twee burgers, die zitting namen in de Uitvoerende Raad, ook lid waren van de Volksraad.), de notulist ( De notulist was ambtshalve lid van de raad en had ook stemrecht.) en (vanaf 1884) de superintendent van 'naturellesake' ( Voor de superintendent gold dezelfde regeling.). Als de stemmen staakten had de president de beslissende stem. Ook stond het hem vrij om hoofdambtenaren voor de zitting uit te nodigen als het over zaken ging die onder hun departement vielen. In zo'n geval hadden ook zij een stem en waren zij medeverantwoordelijk voor het genomen besluit. Na de grondwetswijziging van 1889 werd de titel president vervangen door staatspresident. De uitvoerende macht was nu alleen nog aan hem opgedragen. Ondanks deze machtsuitbreiding bleef hij nog altijd de hoogste ambtenaar, waardoor hij verantwoording schuldig bleef aan de Volksraad. De president werd uit en door de burgers gekozen, die stemgerechtigd waren voor het kiezen van de Eerste Volksraad. Zijn ambtstermijn duurde vijf jaar, daarna mocht hij zich herkiesbaar stellen. De president was belast met de uitvoering van wetten en besluiten genomen door de Volksraad. Ook was hij verantwoordelijk voor het landsbestuur. Eenmaal per jaar diende hij daarom samen met een lid van de Uitvoerende Raad alle dorpen en steden te bezoeken en de regeringskantoren te inspecteren. Tijdens de jaarlijkse vergadering van de Volksraad moest hij verslag doen van zijn verrichtingen. Met toestemming van de Volksraad kon hij ook oorlog verklaren en vrede sluiten. Vredesverdragen moesten - evenals andere verdragen - wel door de Volksraad worden goedgekeurd. Alle ambtenaren (met uitzondering van de rechterlijke) waren aan hem ondergeschikt. Ook stelde hij alle ambtenaren aan met uitzondering van degenen die door verkiezing werden gekozen. Levensloop van dr. W.J. Leyds Willem Johannes Leyds werd op 1 mei 1859 geboren te Magelang in Nederlands-Indië. Op zesjarige leeftijd overleed zijn vader, W.J. Leyds, die tot op dat moment gouvernements-onderwijzer was. Zijn moeder, Trijntje van Beuningen, besloot daarop met haar vijf kinderen (naast Willem waren dit Johannes, Jacobus, Reinier en Marie) terug te keren naar Nederland. Het gezin vestigde zich vervolgens in Amsterdam. Dankzij een studiebeurs was het voor Leyds mogelijk om in 1874 naar de Rijkskweekschool te gaan. Vier jaar later had hij de opleiding afgerond en ging hij werken in het onderwijs. In 1880 schreef hij zich in voor de studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam, nadat hij eerst een toelatingsexamen had gedaan. Zijn studie bekostigde hij met het geven van lessen. Leyds bleek een uitmuntend student. Al zijn examens en zijn proefschrift (getiteld De rechtsgrond der schadevergoeding voor preventieve hechtenis (1884)) waren cum laude. Door toedoen van zijn hoogleraren kwam Leyds in contact met staatspresident S.J.P. Krüger van de Zuid-Afrikaanse Republiek, die op dat moment een rondreis door Europa maakte. De jonge jurist kreeg het ambt van staatsprocureur aangeboden. Leyds nam het aanbod aan en vanaf 6 oktober 1884 was hij in deze functie hoofd van het Openbaar Ministerie, de politie en het gevangeniswezen in de Zuid-Afrikaanse Republiek. Ook nam hij deel aan de beraadslaging over justitiële zaken en was hij regeringsadviseur in juridische zaken. In feite fungeerde hij als een soort minister van Justitie. Kort voor zijn vertrek was Leyds getrouwd met Louise Wilhelmina Susanna Roeff. Na enige tijd volgde zij hem naar Zuid-Afrika. Samen kregen zij twee zonen (waarvan de oudste jong overleed) en een dochter. Op 26 juni 1888 werd Leyds aangesteld als staatssecretaris. Pas vanaf 1 mei 1889 kon hij in deze hoedanigheid optreden, omdat hij toen de voorgeschreven leeftijd bereikte van 30 jaar. Het staatssecretariaat met aan het hoofd de staatssecretaris vormde het administratieve centrum van de Zuid-Afrikaanse Republiek. Het was de verbindende schakel tussen wetgevende en uitvoerende macht. Ook fungeerde het als een soort gecombineerd Ministerie van Binnen- en Buitenlandse Zaken. Als staatssecretaris had Leyds zitting in de Uitvoerende Raad en was hij tot 1892 griffier van de Volksraad. Samen met de staatspresident vormde hij de kern van de regering. De staatssecretaris werd gekozen door de Volksraad voor een periode van vier jaar. Tot tweemaal toe werd Leyds herkozen in deze functie. Uiteindelijk dwong een keelaandoening hem om de zware functie in mei 1898 neer te leggen. Tijdens zijn periode als staatssecretaris werd hij geëerd met diverse onderscheidingen, waaronder de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Duitse Orde van de Rooden Adelaar en de Franse 'Ordre National de la Légion d ' Honneur'. Leyds keerde daarop terug naar Europa, waar hij gezant werd voor de Zuid-Afrikaanse Republiek. Hij werd bij verschillende Europese regeringen en hoven geaccrediteerd en zijn standplaats werd Brussel. Nadat de Tweede Boerenoorlog was uitgebroken (1899) zette hij zich vooral in om de zaak van de Boeren in Europa te promoten. Hij probeerde de hulpverlening te coördineren. Ook beheerde hij fondsen, waarmee onder andere de aankoop en het transport van wapens en munitie betaald werden. Met het einde van de oorlog kwam er ook een eind aan de loopbaan van Leyds. Hoewel hij nog maar 43 jaar oud was, besloot hij geen nieuwe functie te zoeken. Hij vestigde zich vanaf 1905 in Den Haag. Een jaar eerder had hij het stoffelijk overschot van Paul Krüger begeleid vanuit Europa tot aan Kaapstad. Pas in 1909 zou hij zelf weer terugkeren in Zuid-Afrika voor een kort bezoek. Inmiddels was hij toen weduwnaar geworden. Zijn vrouw was in 1907 overleden. Leyds hertrouwde in augustus 1910 met Anna (Carina) Castens. Zij kregen geen kinderen. In 1930 schonk hij het nog altijd door hem beheerde gezantschaparchief aan het Staatsarchief van Zuid-Afrika. Ook publiceerde hij verschillende brochures, artikelen en boeken over zijn ervaringen in zijn tweede vaderland. In 1934 werd hij nog benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1934. Dr. Willem Johannes Leyds overleed kort na de Duitse inval in Nederland op 14 mei 1940.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer De Zuid-Afrikaanse Republiek
Korte geschiedenis
Kaap de Goede Hoop werd vanaf de 17e eeuw door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) gebruikt als een stopplaats onderweg naar Azië. De schepen sloegen er vers water en voedsel in. In 1651 richtte de VOC er een vaste bevoorradingspost op. Het bezette gebied stond onder leiding van commandeurs, gouverneurs en commissarissen. Een aantal jaren later werd het inwoners van de Republiek toegestaan om zich aan de Kaap te vestigen als zogenaamde 'vrijburgers'. Velen maakten hier gebruik van en er ontstond een bloeiende landbouwkolonie. (Zuid-Afrika is echter nooit een officiële Nederlandse kolonie geweest.) Er werden slaven geïmporteerd om te dienen als goedkope arbeidskrachten. Aan het eind van de 17e eeuw vestigden ook Duitsers en Fransen zich in het gebied. Samen zouden deze Europeanen het 'Afrikanervolk' gaan vormen.

Al snel ontstonden er conflicten. De Afrikaners (ook wel Boeren genoemd) eisten zelfbestuur, maar zowel de VOC als de Staten-Generaal waren hier op tegen. Uiteindelijk kwamen de Boeren in opstand. In 1795 namen zij in een aantal districten het gezag over en verenigden zij zich met een eigen constitutie direct onder de Nederlandse Republiek. De bezetting van de Kaap door Groot-Brittannië in datzelfde jaar maakte echter al weer snel een einde aan het zelfbestuur. De Vrede van Amiens zorgde er in 1803 voor dat het gebied tijdelijk terugkeerde onder het gezag van de opvolger van de Republiek: de Bataafse Republiek. Maar drie jaar later veroverden de Britten de Kaap wederom en in 1814 kregen zij het definitief in bezit.

Toen de Britten aan het einde van de 18e eeuw arriveerden telde Zuid-Afrika zo'n 14.000 Boeren. De nieuwe machthebbers van de Kaapkolonie (of Cape Colony) zorgden ervoor dat de wijnbouw en de wolexport flink toenamen. Maar tegelijkertijd verzetten de Boeren zich tegen de nieuwe, strakke regelgeving, die de Britten hen wilden opleggen. Zo werd het Engels bijvoorbeeld de enige officiële taal. Ook de afschaffing van de slavernij en de vestiging van 5.000 Britse emigranten in de Kaapkolonie zette kwaad bloed. Bij de Boeren ontstond steeds meer behoefte om een nieuwe, onafhankelijke republiek op te richten.

Oprichting van de Boerenrepublieken
Na de zesde Kafferoorlog in 1834 trokken de Boeren naar het noorden. Dit wordt de 'Grote Trek' genoemd. Hierdoor kwamen zij in conflict met verschillende autochtone stammen (de Ndebele en de Zoeloes). De Boeren kwamen als overwinnaars uit de strijd (de Slag bij de Bloedrivier) en zij annexeerden gedeeltes van Natal. Vervolgens richtten zij een eigen republiek op: Natalia.

Vanaf 1842 begon Groot-Brittannië de Boerenrepubliek te veroveren. Zes jaar later, in 1848, probeerden de Boeren tevergeefs het verloren gebied te herwinnen. Daarop stichtten zij twee nieuwe republieken, namelijk Transvaal (de officiële naam luidde: de Zuid-Afrikaanse Republiek) in 1852 en Oranje Vrijstaat in 1854. Beide staten wisten overeenstemming te bereiken met de Britten. Hun onafhankelijkheid werd door Londen erkend in twee traktaten, respectievelijk de Conventie van Zandrivier en de Conventie van Bloemfontein. Natal werd in 1856 een officiële Britse kolonie.

De gesloten verdragen hielden niet lang stand. Groot-Brittannië bleek niet bereid zich te houden aan de vastgelegde bepalingen en annexeerde grondgebied van beide republieken (Basoetoland in 1868 en de Transvaalse en Vrijstaatse diamantvelden in 1871). Na de ontdekking van goudvelden werd in 1877 uiteindelijk de gehele Zuid-Afrikaanse Republiek bezet.

De Boerenoorlogen
De Britten probeerden nu wederom hun wetgeving aan de Boeren op te leggen. Zij wilden hierdoor onder andere de positie van de zwarte bevolking verbeteren. Hiertegen kwamen de Boeren in 1880 in opstand. Zij stonden onder leiding van Paul Krüger. In de Slag om Majuba Hill werden de Britten verslagen en het gevolg was dat de Boeren in 1881 Transvaal terugkregen. Zij hadden de Eerste Boerenoorlog gewonnen. Krüger werd staatspresident van een autonome Zuid-Afrikaanse Republiek. Om zijn staat verder te ontwikkelen reisde hij naar Nederland om daar jonge, hoogopgeleide arbeidskrachten te vinden.

Ondertussen hadden de Duitsers zich gevestigd in Zuidwest Afrika (het tegenwoordige Namibië). Londen was bevreesd voor een anti-Brits verbond tussen hen en de Boeren. Daarom werd in 1885 het protectoraat Bechuanaland (het tegenwoordige Botswana) tot stand gebracht. Aan het hoofd stond Cecil Rhodes, die ook het bewind voerde over Cape Colony. Hij probeerde een Britse corridor te realiseren vanaf Kaap de Goede Hoop tot aan Caïro in Egypte. Zelfstandige Boerenrepublieken pasten niet in dit plan. Bovendien werd er in 1886 goud ontdekt in Witwatersrand. Hierdoor groeide Johannesburg zo snel, dat het groter werd dan Kaapstad, dat in Britse handen was. Gelukzoekers, waaronder vele Britten, trokken in grote getale naar de Tranvaal. De economische groei van Witwatersrand maakte Rhodes duidelijk dat hij de Boerenrepublieken moest annexeren. Als aanleiding gebruikte hij hiervoor de grieven van de 'Uitlanders'. Deze groep blanke niet-Afrikanen waren verbolgen over het feit, dat Krüger de termijn, die zij in de republiek moesten wonen alvorens zij mochten stemmen, had verlengd van vijf naar veertien jaar. Een groep Britten probeerde in 1895 de 'Uitlanders' aan te zetten tot een opstand: de zogenaamde Jameson' Raid. Deze actie mislukte echter volkomen.

De spanningen tussen de Boerenrepublieken en Groot-Brittannië liepen mede hierdoor echter op tot het kookpunt. Het aftreden van Rhodes veranderde daar niets aan. De Zuid-Afrikaanse Republiek en Oranje Vrijstaat (onder leiding van president Steyn) sloten daarom in 1897 een verbond. Hierdoor zouden zij in een komende - en haast onvermijdelijk lijkende - oorlog één front vormen. Twee jaar later, in 1899, was de Tweede Boerenoorlog inderdaad een feit. De optimistische Britten noemden de oorlog de 'Tea-Time War', terwijl de Boeren spraken over de 'Tweede Vrijheidsoorlog'.

Aanvankelijk behaalden de Boeren onder generaals als Botha, Joubert en Hertzog successen. Tegenover de guerrillaoorlog van de Boeren stelden de Engelsen echter de tactiek van 'farm burning'. Ook werden vrouwen en kinderen opgesloten in concentratiekampen. Krüger zocht ondertussen steun in Europa. Uiteindelijk zagen de Boeren zich echter door voedselgebrek en uitblijvende hulp gedwongen om de strijd op te geven. Op 31 mei 1902 werd de oorlog beëindigd. Beide kampen sloten het Verdrag van Vereeniging. Oranje Vrijstaat en de Zuid-Afrikaanse Republiek kwamen onder Brits gezag, maar behielden een grote mate van zelfbestuur.

Paul Krüger keerde niet terug en bleef als balling achter in Europa. Hij werd opgevolgd door kolonel Jan Smuts. In 1910 verenigden de Zuid-Afrikaanse Republiek, Kaapkolonie, Oranje Vrijstaat en Natal zich in de Unie van Zuid-Afrika. Louis Botha werd de eerste premier. Om zowel de Boeren als de Britten tevreden te stellen werd besloten om het parlement in Kaapstad te vestigen, de regering in Pretoria en het hooggerechtshof in Bloemfontein. De unie bleef onderdeel van het Britse rijk, maar besliste zelf over binnenlandse aangelegenheden.

Staatsinrichting
Wetgevende macht
Aan de basis van de staatsinrichting van de Zuid-Afrikaanse Republiek lag de Grondwet van 1858. Hierin was bepaald dat de wetgevende macht bij de Volksraad lag. Tot 1889 bestond deze uit twaalf leden, daarna werd dit aantal uitgebreid tot 28. Burgers die gekozen wilden worden in deze raad, dienden aan een aantal voorwaarden te voldoen. Zo moesten zij bijvoorbeeld van onbesproken gedrag zijn, tussen de 30 en 60 jaar oud en lid van de protestantse kerk zijn. Eén keer per jaar vergaderde de Volksraad in Pretoria.

In de grondwet werd de Volksraad bestempeld als het hoogste gezag van het land. De president diende bij de raad wetsvoorstellen (van hemzelf, van een Volksraadlid of vanuit het volk) in. Als een voorstel werd aangenomen kreeg dit vervolgens de kracht van wet. Wel hadden de burgers de gelegenheid om hier - gedurende een periode van drie maanden - bezwaar tegen aan te tekenen, voordat de nieuwe wet uiteindelijk in het wetboek werd vastgelegd.

Om te voorzien in de behoeftes van het groeiende aantal Uitlanders werd in 1890 de Tweede Volksraad opgericht. De oude Volksraad werd omgedoopt tot Eerste Volksraad. Tegelijkertijd volgden er aanzienlijke wijzigingen in het kiesrecht. Deze waren bedoeld om de vertegenwoordiging van 'Uitlanders' in de Tweede Volksraad te vergemakkelijken en in de Eerste Volksraad te bemoeilijken. De Tweede Volksraad kon onder andere wetten maken voor het mijnwezen, de posterijen, het octrooi- en auteursrecht, de bestrijding van besmettelijke ziektes, de civiele en criminele rechtsprocedures en andere zaken die door de Eerste Volksraad werden doorverwezen. De besluiten van de Tweede Volksraad waren wel onderworpen aan de goedkeuring van de Eerste.

De Tweede Volksraad was beslast met de behartiging van technische en stoffelijke belangen, terwijl de Eerste Volksraad het algemene beleid en de hogere volksbelangen voor haar rekening nam.

Uitvoerende macht
De uitvoerende macht lag in handen van de president (Officieel luidde de titel 'President van den Uitvoerenden Raad'.) en de Uitvoerende Raad. Deze raad telde eerst zes - later zeven - leden. De Zuid-Afrikaanse Republiek kende geen regering op partijpolitieke basis. Naast de president (die als voorzitter optrad) bestond de Uitvoerende Raad nog uit de commandant-generaal ( De commandant-generaal was de hoogste militair van de republiek. Hij werd door het volk gekozen, eerst voor onbepaalde tijd, later voor een periode van tien jaar.), de staatssecretaris, twee burgers ( De twee burgers werden door de Volksraad gekozen, maar niet vanuit hun midden. Het was namelijk verboden dat de twee burgers, die zitting namen in de Uitvoerende Raad, ook lid waren van de Volksraad.), de notulist ( De notulist was ambtshalve lid van de raad en had ook stemrecht.) en (vanaf 1884) de superintendent van 'naturellesake' ( Voor de superintendent gold dezelfde regeling.). Als de stemmen staakten had de president de beslissende stem. Ook stond het hem vrij om hoofdambtenaren voor de zitting uit te nodigen als het over zaken ging die onder hun departement vielen. In zo'n geval hadden ook zij een stem en waren zij medeverantwoordelijk voor het genomen besluit.

Na de grondwetswijziging van 1889 werd de titel president vervangen door staatspresident. De uitvoerende macht was nu alleen nog aan hem opgedragen. Ondanks deze machtsuitbreiding bleef hij nog altijd de hoogste ambtenaar, waardoor hij verantwoording schuldig bleef aan de Volksraad. De president werd uit en door de burgers gekozen, die stemgerechtigd waren voor het kiezen van de Eerste Volksraad. Zijn ambtstermijn duurde vijf jaar, daarna mocht hij zich herkiesbaar stellen.

De president was belast met de uitvoering van wetten en besluiten genomen door de Volksraad. Ook was hij verantwoordelijk voor het landsbestuur. Eenmaal per jaar diende hij daarom samen met een lid van de Uitvoerende Raad alle dorpen en steden te bezoeken en de regeringskantoren te inspecteren. Tijdens de jaarlijkse vergadering van de Volksraad moest hij verslag doen van zijn verrichtingen. Met toestemming van de Volksraad kon hij ook oorlog verklaren en vrede sluiten. Vredesverdragen moesten - evenals andere verdragen - wel door de Volksraad worden goedgekeurd. Alle ambtenaren (met uitzondering van de rechterlijke) waren aan hem ondergeschikt. Ook stelde hij alle ambtenaren aan met uitzondering van degenen die door verkiezing werden gekozen.

Levensloop van dr. W.J. Leyds
Willem Johannes Leyds werd op 1 mei 1859 geboren te Magelang in Nederlands-Indië. Op zesjarige leeftijd overleed zijn vader, W.J. Leyds, die tot op dat moment gouvernements-onderwijzer was. Zijn moeder, Trijntje van Beuningen, besloot daarop met haar vijf kinderen (naast Willem waren dit Johannes, Jacobus, Reinier en Marie) terug te keren naar Nederland. Het gezin vestigde zich vervolgens in Amsterdam.

Dankzij een studiebeurs was het voor Leyds mogelijk om in 1874 naar de Rijkskweekschool te gaan. Vier jaar later had hij de opleiding afgerond en ging hij werken in het onderwijs. In 1880 schreef hij zich in voor de studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam, nadat hij eerst een toelatingsexamen had gedaan. Zijn studie bekostigde hij met het geven van lessen. Leyds bleek een uitmuntend student. Al zijn examens en zijn proefschrift (getiteld De rechtsgrond der schadevergoeding voor preventieve hechtenis (1884)) waren cum laude.

Door toedoen van zijn hoogleraren kwam Leyds in contact met staatspresident S.J.P. Krüger van de Zuid-Afrikaanse Republiek, die op dat moment een rondreis door Europa maakte. De jonge jurist kreeg het ambt van staatsprocureur aangeboden. Leyds nam het aanbod aan en vanaf 6 oktober 1884 was hij in deze functie hoofd van het Openbaar Ministerie, de politie en het gevangeniswezen in de Zuid-Afrikaanse Republiek. Ook nam hij deel aan de beraadslaging over justitiële zaken en was hij regeringsadviseur in juridische zaken. In feite fungeerde hij als een soort minister van Justitie. Kort voor zijn vertrek was Leyds getrouwd met Louise Wilhelmina Susanna Roeff. Na enige tijd volgde zij hem naar Zuid-Afrika. Samen kregen zij twee zonen (waarvan de oudste jong overleed) en een dochter.

Op 26 juni 1888 werd Leyds aangesteld als staatssecretaris. Pas vanaf 1 mei 1889 kon hij in deze hoedanigheid optreden, omdat hij toen de voorgeschreven leeftijd bereikte van 30 jaar. Het staatssecretariaat met aan het hoofd de staatssecretaris vormde het administratieve centrum van de Zuid-Afrikaanse Republiek. Het was de verbindende schakel tussen wetgevende en uitvoerende macht. Ook fungeerde het als een soort gecombineerd Ministerie van Binnen- en Buitenlandse Zaken. Als staatssecretaris had Leyds zitting in de Uitvoerende Raad en was hij tot 1892 griffier van de Volksraad. Samen met de staatspresident vormde hij de kern van de regering. De staatssecretaris werd gekozen door de Volksraad voor een periode van vier jaar. Tot tweemaal toe werd Leyds herkozen in deze functie. Uiteindelijk dwong een keelaandoening hem om de zware functie in mei 1898 neer te leggen. Tijdens zijn periode als staatssecretaris werd hij geëerd met diverse onderscheidingen, waaronder de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Duitse Orde van de Rooden Adelaar en de Franse 'Ordre National de la Légion d ' Honneur'.
Leyds keerde daarop terug naar Europa, waar hij gezant werd voor de Zuid-Afrikaanse Republiek. Hij werd bij verschillende Europese regeringen en hoven geaccrediteerd en zijn standplaats werd Brussel. Nadat de Tweede Boerenoorlog was uitgebroken (1899) zette hij zich vooral in om de zaak van de Boeren in Europa te promoten. Hij probeerde de hulpverlening te coördineren. Ook beheerde hij fondsen, waarmee onder andere de aankoop en het transport van wapens en munitie betaald werden.

Met het einde van de oorlog kwam er ook een eind aan de loopbaan van Leyds. Hoewel hij nog maar 43 jaar oud was, besloot hij geen nieuwe functie te zoeken. Hij vestigde zich vanaf 1905 in Den Haag. Een jaar eerder had hij het stoffelijk overschot van Paul Krüger begeleid vanuit Europa tot aan Kaapstad. Pas in 1909 zou hij zelf weer terugkeren in Zuid-Afrika voor een kort bezoek. Inmiddels was hij toen weduwnaar geworden. Zijn vrouw was in 1907 overleden. Leyds hertrouwde in augustus 1910 met Anna (Carina) Castens. Zij kregen geen kinderen.

In 1930 schonk hij het nog altijd door hem beheerde gezantschaparchief aan het Staatsarchief van Zuid-Afrika. Ook publiceerde hij verschillende brochures, artikelen en boeken over zijn ervaringen in zijn tweede vaderland. In 1934 werd hij nog benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1934. Dr. Willem Johannes Leyds overleed kort na de Duitse inval in Nederland op 14 mei 1940.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in