Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: Het Kabinet der Koningin is opgericht bij Koninklijk besluit van 22 december 1840 no. 44. Dat besluit bepaalde in artikel 1 de vervanging van de Secretarie van Staat en het toen bestaande Kabinet des Konings per 1 januari 1841 door een nieuwe instelling onder de naam Kabinet des Konings. Het tweede artikel bepaalde de formatie: een directeur, drie referendarissen, twee commiezen, drie adjunct-commiezen, enige vaste klerken en het nodige getal bedienden. Het derde artikel bevat de benoeming van de griffier ter Secretarie van Staat A.G.A. ridder van Rappard tot directeur van het nieuwe Kabinet des Konings. Het eigenlijke oprichtingsbesluit bevat dus geen taakomschrijving van het Kabinet. De considerans van dit besluit bevat wel enige toelichting. Na de opheffing van de Secretarie van Staat zouden de "overblijvende werkzaamheden echter van dien aard en van dien omvang zijn, dat zij noodwendig het aanhouden van eene afzonderlijke instelling, vooral ook voor het behoorlijk aantekenen, rangschikken en bewaren der wetten en besluiten en andere regeringsacten vereischen: maar tevens dat daarbij gevoeglijk de werkzaamheden, welke bij het oude Kabinet des Konings alsnog worden verrigt, kunnen plaats hebben". De formele samenvoeging van het oude kabinet des Konings en de Srecretarie van Staat betekende dus ook een samenvoeging van taken. Niet alle taken van beide instellingen zouden op het nieuwe Kabinet des Konings overgaan. Het concipiëren van de ontwerp-besluiten en het plaatsen van het contraseign waren aan de verantwoordelijke ministers opgedragen. Volgens de considerans van het instellingsbesluit behoorden dus in elk geval tot het takenpakket van het Kabinet des Konings: registratie der wetten, besluiten en andere staatsstukken; Van 1798 tot eind 1988 werden de stukken chronologisch geregistreerd en voorzien van een iedere dag opnieuw beginnende doorlopende nummering. Daarmee stemt overeen de "agenda" der dagelijks ingekomen stukken, met een korte opgave van de inhoud, alsmede de datum en nummer van het besluit van afdoening. Overigens maakte men geen onderscheid tussen belangrijke en minder belagrijke stukken. Alles, rijp en groen, werd geregistreerd, wetten en algemene maatregelen van bestuur, maar ook de toezending van een jaarverslag of de uitbetaling van een vergoeding aan een personeelslid. bewaring der wetten, besluiten en andere staatstukken; Na te zijn afgehandeld werden de stukken in het archief van het Kabinet opgeborgen. Ze liggen chronologisch, op datum en nummer van het besluit. Om nu stukken te kunnen terugvinden, waarvan de datum en het nummer niet bekend zijn, maar het onderwerp wel, werden zeer uitgebreide en omvangrijke registers aangelegd: een onderwerpsgewijze index en een alfabetische namen- en zakenklapper. Evenmin als bij de registratie werd bij de opberging onderscheid gemaakt naar de aard van het stuk. Wel is er naast het zgn. "publieke" archief een klein "geheim" archief, waarin stukken zijn opgeborgen, waarvan de inhoud voor het eigen personeel een tijd geheim moet blijven. Naast deze twee in de considerans van het instellingsbeluit genoemde taken, gingen dus nog enkele andere taken naar het nieuwe Kabinet des Konings over. Dat waren: het voorleggen van en behandelen met de Koning van alle ingekomen stukken; Dit hield in het maken van een samenvatting of een commentaar, de controle op volledigheid van de bijlagen en juistheid der stukken, en het gevraagd en ongevraagd verzamelen van informatie. Tijdens de latere jaren van het koningschap van Koning Willem III liet deze zich de stukken vaak voorlezen door een medewerker van het Kabinet. het voeren van de correspondentie namens de Koning met de ministers en de Hoge Colleges van Staat; De Koning(in) schrijft in principe zelf geen brieven. Het overgrote deel van het contact tussen de Koning(in) en de ministers en de Hoge Colleges van Staat verloopt schriftelijk en via het Kabinet. De uitgaande brieven en beschikkingen (niet de Koninklijke besluiten) worden door ambtenaren van het Kabinet geconcipieerd en door de directeur ondertekend. Slechts brieven van de Koningin aan buitenlandse staatshoofden worden door haarzelf ondertekend, evenals de geloofsbrieven van Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland. het vervaardigen en verzenden van afschriften van Koninklijke besluiten aan de ministers en de Hoge Colleges van Staat, ter uitvoering of ter kennisneming; Indien in de tekst van een Koninklijk besluit staat vermeld dat afschriften van het besluit moet worden verzonden aan een of meer met name genoemde personen of instellingen, dan werden die afschriften door personeel van het Kabinet vervaardigd en verzonden. De minister, die met de uitvoering van het besluit was belast, liet door zijn ambtenaren afschriften vervaardigen voor andere, niet met name in het besluit genoemde belanghebbenden. het registreren, behandelen en doorzenden der aan de Koning gerichte verzoekschriften aan de ministers, ter afdoening of om bericht en raad; Verzoekschriften aan de Koningin gericht werden nooit door de Koningin zelf afgedaan, maar altijd door de minister, op wiens terrein het verzoekschrift betrekking had. De verzoekschriften werden bijna altijd ter afdoening aan de ministers gestuurd. Daarom zijn in het archief van het Kabinet ook nauwelijks afschriften te vinden. Als de Koningin geïnformeerd wilde worden over een bepaalde kwestie, in een verzoekschrift genoemd, liet ze het eerst om 'consideratie en advies' of om 'bericht en raad' aan een minister sturen. Deze rapporteerde dan aan de Koningin, waarna de minister gemachtigd werd om overeenkomstig zijn rapport te handelen. Deze taken worden nog steeds door het personeel van het Kabinet der Koningin verricht. Enkele andere taken die in 1841 overgingen naar het nieuwe Kabinet des Konings verdwenen in de loop der tijd: de uitgifte van het Staatsblad; Van 1841 tot 1864. Krachtens Koninklijk besluit van 22 december 1863 S.149 is de uitgifte van het Staatsblad opgedragen aan de Minister van Justitie. de behandeling van aangelegenheden van het Koninklijk Huis; Tussen 1841 en 1898 gingen geleidelijk een aantal bemoeiingen van het Kabinet over op de hofhouding, nl.: a) behandeling van verzoeken om financiële ondersteuning, voor zover die niet uit 's rijks schatkist kon geschieden; b) behandeling van verzoeken om het predicaat koninklijk en hofleverancier; c) behandeling van verzoeken om boekwerken aan de Koning(in) te mogen opdragen; d) bemiddeling bij het aanbieden van boekwerken; e) registratie van verlening van onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon en van de Gouden Leeuw van Nassau. het secretariaat van de Kabinetsraad. Onder Koning Willem II kwamen de ministers geregeld samen en vergaderden onder voorzitterschap van de koning. Deze vergaderingen werden Kabinetsraad genoemd. De invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid verschoof het zwaartepunt van de besluitvorming naar de Ministerraad, waardoor de noodzaak tot het houden van een Kabinetsraad minder opprtuun werd. Onder Koning Willem III zijn dan ook een beperkt aantal vergaderingen van de Kabinetsraad gehouden. Ook Koningin Wilhelmina heeft nog tweemaal een Kabinetsraad voorgezeten, en wel in 1904 en 1906, welke, voor zover bekend, de laatste zijn geweest. Er is niet alleen een aantal taakonderdelen verdwenen, maar er zijn er ook enkele bijgekomen, zoals: het secretariaat van de Ministerraad; Van 1823 tot 1842 was het secretariaat van de Ministerraad opgedragen een referendaris bij de Raad van State. Bij art. 4 van het Koninklijk besluit van 31 maart 1842 houdende het Reglement van orde voor de Raad van Ministers werd de directeur van het Kabinet des Konings belast met het secretariaat van die raad. Formeel, want feitelijk vervulde de toenmalige directeur Van Rappard het secretariaat reeds sinds 1839 in zijn functie van griffier ter Staatssecretarie. In 1850 wilde de Koning afschriften ontvangen van de notulen, welke sindsdien steeds aan de Koning(in) zijn voorgelegd. Mede als gevolg hiervan zijn de notulen verworden totlouter lijsten van formele besluiten: men kan er niet meer in lezen waarover de ministers beraadslaagd hebben. Bij Koninklijk besluit van 31 januari 1862 nr 47 verkreeg jhr F.L.W. de Kock, directeur van het Kabinet, ontslag op eigen verzoek als secretariaat van de Ministerraad. Krachtens ket Koninklijk besluit van 3 augustus 1862 nr. 21, houdende een nieuw Reglement van orde, treedt een der ministers op als tijdelijk secretaris van de Ministerraad. de ambtelijke ondersteuning bij het representatief optreden van de Koningin; Als de koningin als staatshoofd ambassadeurs ontving of zelf op staatsbezoek ging, zorge het Kabinet voor de voorbereiding, samen met de betrokken ministeries. de voorlichting over het optreden van het staatshoofd. Met name bij kabinetsformaties verzorgde de directeur van het Kabinet de communiqués over de stand van de kabinetsformatie.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer Het Kabinet der Koningin is opgericht bij Koninklijk besluit van 22 december 1840 no. 44. Dat besluit bepaalde in artikel 1 de vervanging van de Secretarie van Staat en het toen bestaande Kabinet des Konings per 1 januari 1841 door een nieuwe instelling onder de naam Kabinet des Konings. Het tweede artikel bepaalde de formatie: een directeur, drie referendarissen, twee commiezen, drie adjunct-commiezen, enige vaste klerken en het nodige getal bedienden. Het derde artikel bevat de benoeming van de griffier ter Secretarie van Staat A.G.A. ridder van Rappard tot directeur van het nieuwe Kabinet des Konings.

Het eigenlijke oprichtingsbesluit bevat dus geen taakomschrijving van het Kabinet. De considerans van dit besluit bevat wel enige toelichting. Na de opheffing van de Secretarie van Staat zouden de "overblijvende werkzaamheden echter van dien aard en van dien omvang zijn, dat zij noodwendig het aanhouden van eene afzonderlijke instelling, vooral ook voor het behoorlijk aantekenen, rangschikken en bewaren der wetten en besluiten en andere regeringsacten vereischen: maar tevens dat daarbij gevoeglijk de werkzaamheden, welke bij het oude Kabinet des Konings alsnog worden verrigt, kunnen plaats hebben". De formele samenvoeging van het oude kabinet des Konings en de Srecretarie van Staat betekende dus ook een samenvoeging van taken. Niet alle taken van beide instellingen zouden op het nieuwe Kabinet des Konings overgaan. Het concipiëren van de ontwerp-besluiten en het plaatsen van het contraseign waren aan de verantwoordelijke ministers opgedragen. Volgens de considerans van het instellingsbesluit behoorden dus in elk geval tot het takenpakket van het Kabinet des Konings:

registratie der wetten, besluiten en andere staatsstukken;
Van 1798 tot eind 1988 werden de stukken chronologisch geregistreerd en voorzien van een iedere dag opnieuw beginnende doorlopende nummering. Daarmee stemt overeen de "agenda" der dagelijks ingekomen stukken, met een korte opgave van de inhoud, alsmede de datum en nummer van het besluit van afdoening. Overigens maakte men geen onderscheid tussen belangrijke en minder belagrijke stukken. Alles, rijp en groen, werd geregistreerd, wetten en algemene maatregelen van bestuur, maar ook de toezending van een jaarverslag of de uitbetaling van een vergoeding aan een personeelslid.

bewaring der wetten, besluiten en andere staatstukken;
Na te zijn afgehandeld werden de stukken in het archief van het Kabinet opgeborgen. Ze liggen chronologisch, op datum en nummer van het besluit. Om nu stukken te kunnen terugvinden, waarvan de datum en het nummer niet bekend zijn, maar het onderwerp wel, werden zeer uitgebreide en omvangrijke registers aangelegd: een onderwerpsgewijze index en een alfabetische namen- en zakenklapper. Evenmin als bij de registratie werd bij de opberging onderscheid gemaakt naar de aard van het stuk. Wel is er naast het zgn. "publieke" archief een klein "geheim" archief, waarin stukken zijn opgeborgen, waarvan de inhoud voor het eigen personeel een tijd geheim moet blijven.

Naast deze twee in de considerans van het instellingsbeluit genoemde taken, gingen dus nog enkele andere taken naar het nieuwe Kabinet des Konings over. Dat waren:

het voorleggen van en behandelen met de Koning van alle ingekomen stukken;
Dit hield in het maken van een samenvatting of een commentaar, de controle op volledigheid van de bijlagen en juistheid der stukken, en het gevraagd en ongevraagd verzamelen van informatie. Tijdens de latere jaren van het koningschap van Koning Willem III liet deze zich de stukken vaak voorlezen door een medewerker van het Kabinet.

het voeren van de correspondentie namens de Koning met de ministers en de Hoge Colleges van Staat;
De Koning(in) schrijft in principe zelf geen brieven. Het overgrote deel van het contact tussen de Koning(in) en de ministers en de Hoge Colleges van Staat verloopt schriftelijk en via het Kabinet. De uitgaande brieven en beschikkingen (niet de Koninklijke besluiten) worden door ambtenaren van het Kabinet geconcipieerd en door de directeur ondertekend. Slechts brieven van de Koningin aan buitenlandse staatshoofden worden door haarzelf ondertekend, evenals de geloofsbrieven van Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland.

het vervaardigen en verzenden van afschriften van Koninklijke besluiten aan de ministers en de Hoge Colleges van Staat, ter uitvoering of ter kennisneming;
Indien in de tekst van een Koninklijk besluit staat vermeld dat afschriften van het besluit moet worden verzonden aan een of meer met name genoemde personen of instellingen, dan werden die afschriften door personeel van het Kabinet vervaardigd en verzonden. De minister, die met de uitvoering van het besluit was belast, liet door zijn ambtenaren afschriften vervaardigen voor andere, niet met name in het besluit genoemde belanghebbenden.

het registreren, behandelen en doorzenden der aan de Koning gerichte verzoekschriften aan de ministers, ter afdoening of om bericht en raad;
Verzoekschriften aan de Koningin gericht werden nooit door de Koningin zelf afgedaan, maar altijd door de minister, op wiens terrein het verzoekschrift betrekking had. De verzoekschriften werden bijna altijd ter afdoening aan de ministers gestuurd. Daarom zijn in het archief van het Kabinet ook nauwelijks afschriften te vinden. Als de Koningin geïnformeerd wilde worden over een bepaalde kwestie, in een verzoekschrift genoemd, liet ze het eerst om 'consideratie en advies' of om 'bericht en raad' aan een minister sturen. Deze rapporteerde dan aan de Koningin, waarna de minister gemachtigd werd om overeenkomstig zijn rapport te handelen.

Deze taken worden nog steeds door het personeel van het Kabinet der Koningin verricht. Enkele andere taken die in 1841 overgingen naar het nieuwe Kabinet des Konings verdwenen in de loop der tijd:

de uitgifte van het Staatsblad;
Van 1841 tot 1864. Krachtens Koninklijk besluit van 22 december 1863 S.149 is de uitgifte van het Staatsblad opgedragen aan de Minister van Justitie.

de behandeling van aangelegenheden van het Koninklijk Huis;
Tussen 1841 en 1898 gingen geleidelijk een aantal bemoeiingen van het Kabinet over op de hofhouding, nl.: a) behandeling van verzoeken om financiële ondersteuning, voor zover die niet uit 's rijks schatkist kon geschieden; b) behandeling van verzoeken om het predicaat koninklijk en hofleverancier; c) behandeling van verzoeken om boekwerken aan de Koning(in) te mogen opdragen; d) bemiddeling bij het aanbieden van boekwerken; e) registratie van verlening van onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon en van de Gouden Leeuw van Nassau.

het secretariaat van de Kabinetsraad.
Onder Koning Willem II kwamen de ministers geregeld samen en vergaderden onder voorzitterschap van de koning. Deze vergaderingen werden Kabinetsraad genoemd. De invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid verschoof het zwaartepunt van de besluitvorming naar de Ministerraad, waardoor de noodzaak tot het houden van een Kabinetsraad minder opprtuun werd. Onder Koning Willem III zijn dan ook een beperkt aantal vergaderingen van de Kabinetsraad gehouden. Ook Koningin Wilhelmina heeft nog tweemaal een Kabinetsraad voorgezeten, en wel in 1904 en 1906, welke, voor zover bekend, de laatste zijn geweest.

Er is niet alleen een aantal taakonderdelen verdwenen, maar er zijn er ook enkele bijgekomen, zoals:

het secretariaat van de Ministerraad;
Van 1823 tot 1842 was het secretariaat van de Ministerraad opgedragen een referendaris bij de Raad van State. Bij art. 4 van het Koninklijk besluit van 31 maart 1842 houdende het Reglement van orde voor de Raad van Ministers werd de directeur van het Kabinet des Konings belast met het secretariaat van die raad. Formeel, want feitelijk vervulde de toenmalige directeur Van Rappard het secretariaat reeds sinds 1839 in zijn functie van griffier ter Staatssecretarie. In 1850 wilde de Koning afschriften ontvangen van de notulen, welke sindsdien steeds aan de Koning(in) zijn voorgelegd. Mede als gevolg hiervan zijn de notulen verworden totlouter lijsten van formele besluiten: men kan er niet meer in lezen waarover de ministers beraadslaagd hebben. Bij Koninklijk besluit van 31 januari 1862 nr 47 verkreeg jhr F.L.W. de Kock, directeur van het Kabinet, ontslag op eigen verzoek als secretariaat van de Ministerraad. Krachtens ket Koninklijk besluit van 3 augustus 1862 nr. 21, houdende een nieuw Reglement van orde, treedt een der ministers op als tijdelijk secretaris van de Ministerraad.

de ambtelijke ondersteuning bij het representatief optreden van de Koningin;
Als de koningin als staatshoofd ambassadeurs ontving of zelf op staatsbezoek ging, zorge het Kabinet voor de voorbereiding, samen met de betrokken ministeries.

de voorlichting over het optreden van het staatshoofd.
Met name bij kabinetsformaties verzorgde de directeur van het Kabinet de communiqués over de stand van de kabinetsformatie.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in