Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: Ambtelijke loopbaan van E.N. van Kleffens 1. Jeugd en studietijd (1894-1917) Eelco Nicolaas van Kleffens (De schets over Van Kleffens is voornamelijk gebaseerd op: Bert Zeeman, 'Jurist of diplomaat? Eelco Nicolaas van Kleffens', in: Duco Hellema, Bert Zeeman en Bert van der Zwan (red.), De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw, Den Haag 1999. Zie verder: H.N. Boon, 'Herdenking van Eelco Nicolaas van Kleffens (17 november 1894-17 juni 1983)', in: Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1984, 210-215. Albert Kersten, Buitenlandse Zaken in ballingschap. Groei en verandering van een ministerie 1940-1945, Alphen aan den Rijn 1981. A.E. Kersten, 'Eelco Nicolaas van Kleffens', in J. Charité (red.), Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 3, 's-Gravenhage 1989, 330-333. Albert E. Kersten, 'Mr. E.N. van Kleffens, minister van Buitenlandse Zaken 1939-1946', in: Bert van der Zwan, Albert Kersten, Ton van Zeeland (red.), Het Londens archief. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam 2003, 29-36.) werd op 17 november 1894 geboren in Heerenveen als zoon van de substituut-officier binnen het Openbaar Ministerie Henricus Cato van Kleffens en Jeannette Frésine Veenhoven. Na zijn middelbare schooltijd in 1913 aan het Gymnasium Haganum in Den Haag te hebben voltooid, ging hij rechten studeren in Leiden. In 1919 promoveerde hij na het behalen van zijn doctoraalexamen in 1917 bij prof. jhr. M.J.M. van Eysinga op het proefschrift De internationaal-rechtelijke betrekkingen tussen Nederland en Japan; 1605-heden. 2. Het begin van zijn loopbaan (1918-1935) Vervolgens liep hij van 1918-1919 als voorbereiding op een loopbaan bij de consulaire dienst stage bij het consulaat-generaal te Londen. Desalniettemin ging hij door bemiddeling van zijn promotor in 1919 werken bij de juridische afdeling van de zo juist opgerichte Volkenbond om vervolgens vanaf eind 1920 bij het directie-secretariaat van de Shell-groep in Londen een werkkring te hebben. Het was opnieuw Van Eysinga, die hem in 1922 voor een functie benaderde, dit maal om sous-chef van de afdeling Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te worden. In 1927 veranderde hij van afdeling toen hij sous-chef van de afdeling Diplomatieke Zaken werd om vervolgens nog aan het eind van dat jaar chef te worden. Deze departementale functie combineerde hij jarenlang met het secretariaat van de in 1923 opgerichte Haagse Academie voor Internationaal Recht, waardoor hij bekende juristen leerde kennen. Een poging om voor de oorlog griffier van het Internationale Gerechtshof te worden werd niet gehonoreerd, evenmin als na de oorlog een sollicitatie naar het ambt van rechter van voornoemd Hof. 3. Huwelijk (1935) Naar het schijnt maakte hij uit ongenoegen over het functioneren van zijn superieur, minister J.A.N. Patijn, een overstap naar de diplomatieke dienst toen hij in 1939 tot gezant in Bern werd benoemd. Dit was vermoedelijk mede mogelijk doordat hij op 4 april 1935 was getrouwd met Margaret Helen Horstmann, dochter van een directeur van Standard Oil. Het was mede door haar vermogen dat Van Kleffens over ambities naar een internationale werkkring kon gaan denken. 4. Ministerschap (1939-1947) 4.1 Vooroorlogse periode De realisering van de benoeming als gezant ging echter niet door omdat Van Kleffens inging op het verzoek van kabinetsformateur jhr. D.J. de Geer om als partijloos minister leiding te geven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij deed dit met de nodige reserves vanwege de afstand, die hij tot dan toe jegens de politiek had. Vanaf zijn benoeming op 10 augustus 1939 was hij tot 1 juli 1947 ook ondervoorzitter van de ministerraad. Hij zou de enige minister worden, die van alle oorlogskabinetten deel zou uit gaan maken. Dientengevolge werd zijn commentaar op historische werken over deze tijd zeer op prijs gesteld. Terwijl zijn belang reeds meteen werd erkend door de verlening van vier buitenlandse eredoctoraten, werd dit later nog eens benadrukt door het besluit de grote vergaderzaal van het nieuwe departement naar hem te vernoemen. De eerste acht maanden van zijn ambtsperiode verdedigde hij de neutraliteitspolitiek. Een visie, die hij zelfs niet meteen na de inval van Duitsland op 10 mei 1940 opgaf. In de zomer van 1940 verdedigde hij het Nederlandse beleid van vóór en tijdens de meidagen in The Daily Telegraph, welke artikelen kort daarna in boekvorm als The Rape of the Netherlands verschenen. Nog voordat koningin Wilhelmina en het kabinet-De Geer naar Engeland uitweken, was Van Kleffens met de minister van Koloniën, Ch.J.I.M. Welter, per watervliegtuig naar Londen vertokken om bij de Britse regering om militaire hulp te vragen. 4.2 Minister in het Oorlogskabinet Toen duidelijk was dat de oorlog langer zou gaan duren regelde hij dat de Nederlandse regering zich in Londen kon vestigen. Nadat de koningin en het kabinet op 13 mei 1940 naar Londen waren uitgeweken, nam jhr. mr. A.M. Snouck Hurgronje de leiding van het departement in Nederland over. Dit zou tot de opheffing op 11 juni 1942 blijven bestaan. In Londen richtte Van Kleffens een departement in ballingschap op, waarvoor hij uitging van de oude departementale organisatiestructuur met dien verstande dat de buitenlandse dienst werd gereorganiseerd door de afdelingen Diplomatieke en Consulaire Zaken tot één afdeling Buitenlandse Dienst samen te voegen. Beleidsmatig onderging het departement daarentegen wel degelijk een verandering doordat het na een eeuw afzijdigheidspolitiek vanaf die tijd direct bij internationaal overleg betrokken was. Het lukte Van Kleffens echter niet als voorstander van het principe van gelijkwaardigheid der staten te bereiken, dat Nederland in de samenwerking met de grote mogendheden bij het streven naar wereldvrede als gelijkwaardige gesprekspartner werd behandeld. In 1943 stelde hij reeds de oprichting van een Atlantisch pact voor en ondertekende hij op 26 juni 1945 in San Francisco het Verdrag tot oprichting van de Verenigde Naties. Verder werden op zijn initiatief in verband met de oorlog de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie en de diplomatieke band met het Vaticaan in 1942 en 1943 aangegaan respectievelijk hervat. Hij ging daarbij een confrontatie met koningin Wilhelmina niet uit de weg. Verder schreef Van Kleffens in juli 1944 een opzienbarend artikel in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs, waarin hij de mogelijkheid van schadevergoeding van Duitsland aan Nederland opperde door de annexatie van Duits grondgebied met uitwijzing van de bewoners. (Uit dien hoofde correspondeerde hij nog in 1948 en 1949 met voorstanders hiervan.) 4.3 Minister na de oorlog Na de terugkeer in Nederland in de zomer van 1945 werd Van Kleffens opnieuw als minister benoemd met de diplomaat J.H. van Roijen als minister zonder portefeuille naast zich. Op 1 maart 1946 verwisselden zij van functie omdat eerstgenoemde als gevolg van de zware oorlogsjaren overspannen dreigde te raken. In deze hoedanigheid vertegenwoordigde hij tot 1 juli 1947 Nederland in de Veiligheidsraad en daarna in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties. 5. Verdere diplomatieke loopbaan (1947-1967) 5.1 Ambassadeur te Washington Nadat hij op eigen verzoek als minister zonder portefeuille was ontslagen was hij van 23 juli 1947 tot mei 1949 buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Washington. Het eerste jaar van deze periode was hij daarnaast opnieuw Nederlands vertegenwoordiger in de Veiligheidsraad, waardoor hij de eerste politionele actie moest verdedigen. Aan deze ongewenste combinatie van functies kwam op zijn eigen verzoek toen een einde. Dit gaf hem de ruimte om vervolgens nauw bij de voorbereidingen van het opstellen van het toekomstige Noord-Atlantische verdrag van 4 april 1949 betrokken te zijn. In het verlengde daarvan overtuigde hij minister mr. D.U. Stikker van de noodzaak in te stemmen met de onafhankelijkheid van Indonesië. 5.2 Ambtsperiode te Lissabon en Parijs Begin 1950 vroeg Van Kleffens vanwege de verslechterde gezondheidstoestand van zijn vrouw overplaatsing aan naar een kalmere post. Zodoende werd hij buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Lissabon, waar hij tot 7 oktober tot 1956 was gestationeerd. Het werk daar liet het toe dat hij in 1954 voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd. Na zijn ambtsperiode te Lissabon was hij van 1956 tot 1 mei 1958 permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking te Parijs. Een jaar voor zijn pensioen werd hij in 1958 na het verlenen van eervol ontslag voor negen jaar benoemd als vertegenwoordiger van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal te Londen. 6. Pensioen (1967-1983) Nadat hieraan op 1 oktober 1967 een einde was gekomen, ging de inmiddels 72 jarige Van Kleffens met zijn vrouw in Portugal wonen, waar hij ook op 17 juni 1983 overleed. Enkele dagen daarna werd hij begraven in Roord onder Dokkum: een plaats, waarvoor hij als geboren Fries, zoals uit een voorgenomen studie over Sint Bonifacius blijkt, ook historische belangstelling had.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer Ambtelijke loopbaan van E.N. van Kleffens
1. Jeugd en studietijd (1894-1917)
Eelco Nicolaas van Kleffens (De schets over Van Kleffens is voornamelijk gebaseerd op: Bert Zeeman, 'Jurist of diplomaat? Eelco Nicolaas van Kleffens', in: Duco Hellema, Bert Zeeman en Bert van der Zwan (red.), De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw, Den Haag 1999. Zie verder: H.N. Boon, 'Herdenking van Eelco Nicolaas van Kleffens (17 november 1894-17 juni 1983)', in: Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1984, 210-215. Albert Kersten, Buitenlandse Zaken in ballingschap. Groei en verandering van een ministerie 1940-1945, Alphen aan den Rijn 1981. A.E. Kersten, 'Eelco Nicolaas van Kleffens', in J. Charité (red.), Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 3, 's-Gravenhage 1989, 330-333. Albert E. Kersten, 'Mr. E.N. van Kleffens, minister van Buitenlandse Zaken 1939-1946', in: Bert van der Zwan, Albert Kersten, Ton van Zeeland (red.), Het Londens archief. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam 2003, 29-36.) werd op 17 november 1894 geboren in Heerenveen als zoon van de substituut-officier binnen het Openbaar Ministerie Henricus Cato van Kleffens en Jeannette Frésine Veenhoven. Na zijn middelbare schooltijd in 1913 aan het Gymnasium Haganum in Den Haag te hebben voltooid, ging hij rechten studeren in Leiden. In 1919 promoveerde hij na het behalen van zijn doctoraalexamen in 1917 bij prof. jhr. M.J.M. van Eysinga op het proefschrift De internationaal-rechtelijke betrekkingen tussen Nederland en Japan; 1605-heden.

2. Het begin van zijn loopbaan (1918-1935)
Vervolgens liep hij van 1918-1919 als voorbereiding op een loopbaan bij de consulaire dienst stage bij het consulaat-generaal te Londen. Desalniettemin ging hij door bemiddeling van zijn promotor in 1919 werken bij de juridische afdeling van de zo juist opgerichte Volkenbond om vervolgens vanaf eind 1920 bij het directie-secretariaat van de Shell-groep in Londen een werkkring te hebben. Het was opnieuw Van Eysinga, die hem in 1922 voor een functie benaderde, dit maal om sous-chef van de afdeling Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te worden. In 1927 veranderde hij van afdeling toen hij sous-chef van de afdeling Diplomatieke Zaken werd om vervolgens nog aan het eind van dat jaar chef te worden. Deze departementale functie combineerde hij jarenlang met het secretariaat van de in 1923 opgerichte Haagse Academie voor Internationaal Recht, waardoor hij bekende juristen leerde kennen. Een poging om voor de oorlog griffier van het Internationale Gerechtshof te worden werd niet gehonoreerd, evenmin als na de oorlog een sollicitatie naar het ambt van rechter van voornoemd Hof.

3. Huwelijk (1935)
Naar het schijnt maakte hij uit ongenoegen over het functioneren van zijn superieur, minister J.A.N. Patijn, een overstap naar de diplomatieke dienst toen hij in 1939 tot gezant in Bern werd benoemd. Dit was vermoedelijk mede mogelijk doordat hij op 4 april 1935 was getrouwd met Margaret Helen Horstmann, dochter van een directeur van Standard Oil. Het was mede door haar vermogen dat Van Kleffens over ambities naar een internationale werkkring kon gaan denken.

4. Ministerschap (1939-1947)
4.1 Vooroorlogse periode

De realisering van de benoeming als gezant ging echter niet door omdat Van Kleffens inging op het verzoek van kabinetsformateur jhr. D.J. de Geer om als partijloos minister leiding te geven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij deed dit met de nodige reserves vanwege de afstand, die hij tot dan toe jegens de politiek had. Vanaf zijn benoeming op 10 augustus 1939 was hij tot 1 juli 1947 ook ondervoorzitter van de ministerraad. Hij zou de enige minister worden, die van alle oorlogskabinetten deel zou uit gaan maken. Dientengevolge werd zijn commentaar op historische werken over deze tijd zeer op prijs gesteld. Terwijl zijn belang reeds meteen werd erkend door de verlening van vier buitenlandse eredoctoraten, werd dit later nog eens benadrukt door het besluit de grote vergaderzaal van het nieuwe departement naar hem te vernoemen.

De eerste acht maanden van zijn ambtsperiode verdedigde hij de neutraliteitspolitiek. Een visie, die hij zelfs niet meteen na de inval van Duitsland op 10 mei 1940 opgaf. In de zomer van 1940 verdedigde hij het Nederlandse beleid van vóór en tijdens de meidagen in The Daily Telegraph, welke artikelen kort daarna in boekvorm als The Rape of the Netherlands verschenen. Nog voordat koningin Wilhelmina en het kabinet-De Geer naar Engeland uitweken, was Van Kleffens met de minister van Koloniën, Ch.J.I.M. Welter, per watervliegtuig naar Londen vertokken om bij de Britse regering om militaire hulp te vragen.

4.2 Minister in het Oorlogskabinet

Toen duidelijk was dat de oorlog langer zou gaan duren regelde hij dat de Nederlandse regering zich in Londen kon vestigen. Nadat de koningin en het kabinet op 13 mei 1940 naar Londen waren uitgeweken, nam jhr. mr. A.M. Snouck Hurgronje de leiding van het departement in Nederland over. Dit zou tot de opheffing op 11 juni 1942 blijven bestaan.

In Londen richtte Van Kleffens een departement in ballingschap op, waarvoor hij uitging van de oude departementale organisatiestructuur met dien verstande dat de buitenlandse dienst werd gereorganiseerd door de afdelingen Diplomatieke en Consulaire Zaken tot één afdeling Buitenlandse Dienst samen te voegen. Beleidsmatig onderging het departement daarentegen wel degelijk een verandering doordat het na een eeuw afzijdigheidspolitiek vanaf die tijd direct bij internationaal overleg betrokken was. Het lukte Van Kleffens echter niet als voorstander van het principe van gelijkwaardigheid der staten te bereiken, dat Nederland in de samenwerking met de grote mogendheden bij het streven naar wereldvrede als gelijkwaardige gesprekspartner werd behandeld. In 1943 stelde hij reeds de oprichting van een Atlantisch pact voor en ondertekende hij op 26 juni 1945 in San Francisco het Verdrag tot oprichting van de Verenigde Naties. Verder werden op zijn initiatief in verband met de oorlog de diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie en de diplomatieke band met het Vaticaan in 1942 en 1943 aangegaan respectievelijk hervat. Hij ging daarbij een confrontatie met koningin Wilhelmina niet uit de weg. Verder schreef Van Kleffens in juli 1944 een opzienbarend artikel in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs, waarin hij de mogelijkheid van schadevergoeding van Duitsland aan Nederland opperde door de annexatie van Duits grondgebied met uitwijzing van de bewoners. (Uit dien hoofde correspondeerde hij nog in 1948 en 1949 met voorstanders hiervan.)

4.3 Minister na de oorlog

Na de terugkeer in Nederland in de zomer van 1945 werd Van Kleffens opnieuw als minister benoemd met de diplomaat J.H. van Roijen als minister zonder portefeuille naast zich. Op 1 maart 1946 verwisselden zij van functie omdat eerstgenoemde als gevolg van de zware oorlogsjaren overspannen dreigde te raken. In deze hoedanigheid vertegenwoordigde hij tot 1 juli 1947 Nederland in de Veiligheidsraad en daarna in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

5. Verdere diplomatieke loopbaan (1947-1967)
5.1 Ambassadeur te Washington

Nadat hij op eigen verzoek als minister zonder portefeuille was ontslagen was hij van 23 juli 1947 tot mei 1949 buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Washington. Het eerste jaar van deze periode was hij daarnaast opnieuw Nederlands vertegenwoordiger in de Veiligheidsraad, waardoor hij de eerste politionele actie moest verdedigen. Aan deze ongewenste combinatie van functies kwam op zijn eigen verzoek toen een einde. Dit gaf hem de ruimte om vervolgens nauw bij de voorbereidingen van het opstellen van het toekomstige Noord-Atlantische verdrag van 4 april 1949 betrokken te zijn. In het verlengde daarvan overtuigde hij minister mr. D.U. Stikker van de noodzaak in te stemmen met de onafhankelijkheid van Indonesië.

5.2 Ambtsperiode te Lissabon en Parijs

Begin 1950 vroeg Van Kleffens vanwege de verslechterde gezondheidstoestand van zijn vrouw overplaatsing aan naar een kalmere post. Zodoende werd hij buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Lissabon, waar hij tot 7 oktober tot 1956 was gestationeerd. Het werk daar liet het toe dat hij in 1954 voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd. Na zijn ambtsperiode te Lissabon was hij van 1956 tot 1 mei 1958 permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking te Parijs. Een jaar voor zijn pensioen werd hij in 1958 na het verlenen van eervol ontslag voor negen jaar benoemd als vertegenwoordiger van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal te Londen.

6. Pensioen (1967-1983)
Nadat hieraan op 1 oktober 1967 een einde was gekomen, ging de inmiddels 72 jarige Van Kleffens met zijn vrouw in Portugal wonen, waar hij ook op 17 juni 1983 overleed. Enkele dagen daarna werd hij begraven in Roord onder Dokkum: een plaats, waarvoor hij als geboren Fries, zoals uit een voorgenomen studie over Sint Bonifacius blijkt, ook historische belangstelling had.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in