gahetNA in het Nationaal Archief

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: Het archief van een politicus is meestal een vermenging van documenten die zijn persoonlijk en zijn maatschappelijk leven weerspiegelen. Salomon Rodrigues de Miranda is daarvan een voorbeeld. Hij schreef veel, het meeste was bestemd voor publikatie in kranten en tijdschriften. Aan zijn beide echtgenoten schreef hij voorts talloze brieven, met natuurlijk ook berichten over actuele zaken van zijn maatschappelijk zeer drukke leven. Na slechts vijf klassen lager onderwijs begon zijn opleiding tot diamantbewerker. In de Algemeene Nederlandschen Diamantbewerkers Bond (ANDB), opgericht in 1898, speelde hij een actieve rol en publiceerde in hun Weekblad. Voorts was hij al spoedig na de oprichting in 1894 lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Zijn persoonlijk leven vergde ook de nodige aandacht. Uit zijn eerste huwelijk met Selly Elion had hij vijf kinderen. Selly had een zwakke gezondheid en overleed in 1923. Drie jaar later hertrouwde De Miranda met Wilhelmina Titia Timmerman, uit welk huwelijk twee kinderen werden geboren. De Miranda was sociaal-democraat in hart en nieren. In 1900 werd hij gekozen tot voorzitter van de Arbeiderskiesvereeniging district III van de SDAP, in 1919 in de Provinciale Staten van Noord-Holland, in datzelfde jaar tot wethouder in de Amsterdamse gemeenteraad. Dit laatste, wethouder in Amsterdam, is hij met enkele onderbrekingen tot 1939 geweest. Zijn artikelen en ook zijn optreden lokten nogal eens felle reacties uit, maar zijn gedrevenheid heeft ertoe geleid dat hij in Amsterdam een aantal belangrijke zaken tot stand kon brengen. Deze lagen merendeels op het terrein van de levensmiddelenvoorziening, de was-, bad- en zweminrichtingen en de woningbouw gekoppeld aan krotopruiming. De crisisjaren gooiden bij alle plannen roet in het eten, de grote zorg om de werkloosheid bracht De Miranda tot het opstellen van zijn ‘Plan tot inperking der werkloosheid’ uit 1934. Het jaar daarop werd hij weer tot wethouder gekozen, nu voor Volkshuisvesting en Publieke Werken. Voortvarend als De Miranda was, nam hij nu bij de woningbouw initiatieven zonder de Dienst PubliekeWerken en vooral de directeur hier voldoende bij te betrekken. De onenigheid hierover, met name over de uitgifte van bouwgrond, leidde tot een politieke controverse en een justitieel onderzoek. De hetze in de pers tegen De Miranda over deze erfpachtkwestie in 1939 deed de raad besluiten tot een onderzoek door een raadscommissie. Maar vooral de beschuldigingen in de pers veroorzaakten bij De Miranda een zware depressie, waarvoor hij in een inrichting moest worden opgenomen. Het rapport van de commissie gaf als oordeel dat De Miranda dan wel geen fraude had gepleegd, maar wel ernstige beleidsfouten had gemaakt. De Miranda keerde hierna niet terug in de raad. Hij zette zich aan het schrijven van het verweerschrift ‘Pro Domo’, dat echter door het uitbreken van de oorlog niet is verschenen. Tevens hield hij zich intensief bezig met de voorbereiding van een publikatie over ‘Amsterdam in de eerste helft der twintigste eeuw’, dat niet verder is gekomen dan het stadium van concept. De Miranda werd in juli 1942 gearresteerd en uiteindelijk op 3 november 1942 gedood.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer Het archief van een politicus is meestal een vermenging van documenten die zijn persoonlijk
en zijn maatschappelijk leven weerspiegelen. Salomon Rodrigues de Miranda is daarvan een
voorbeeld. Hij schreef veel, het meeste was bestemd voor publikatie in kranten en tijdschriften.
Aan zijn beide echtgenoten schreef hij voorts talloze brieven, met natuurlijk ook berichten over
actuele zaken van zijn maatschappelijk zeer drukke leven.
Na slechts vijf klassen lager onderwijs begon zijn opleiding tot diamantbewerker. In de Algemeene
Nederlandschen Diamantbewerkers Bond (ANDB), opgericht in 1898, speelde hij een
actieve rol en publiceerde in hun Weekblad. Voorts was hij al spoedig na de oprichting in 1894
lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP).
Zijn persoonlijk leven vergde ook de nodige aandacht. Uit zijn eerste huwelijk met Selly Elion
had hij vijf kinderen. Selly had een zwakke gezondheid en overleed in 1923. Drie jaar later
hertrouwde De Miranda met Wilhelmina Titia Timmerman, uit welk huwelijk twee kinderen
werden geboren.
De Miranda was sociaal-democraat in hart en nieren. In 1900 werd hij gekozen tot voorzitter
van de Arbeiderskiesvereeniging district III van de SDAP, in 1919 in de Provinciale Staten van
Noord-Holland, in datzelfde jaar tot wethouder in de Amsterdamse gemeenteraad. Dit laatste,
wethouder in Amsterdam, is hij met enkele onderbrekingen tot 1939 geweest.
Zijn artikelen en ook zijn optreden lokten nogal eens felle reacties uit, maar zijn gedrevenheid
heeft ertoe geleid dat hij in Amsterdam een aantal belangrijke zaken tot stand kon brengen.
Deze lagen merendeels op het terrein van de levensmiddelenvoorziening, de was-, bad- en zweminrichtingen
en de woningbouw gekoppeld aan krotopruiming.
De crisisjaren gooiden bij alle plannen roet in het eten, de grote zorg om de werkloosheid bracht
De Miranda tot het opstellen van zijn ‘Plan tot inperking der werkloosheid’ uit 1934. Het jaar
daarop werd hij weer tot wethouder gekozen, nu voor Volkshuisvesting en Publieke Werken.
Voortvarend als De Miranda was, nam hij nu bij de woningbouw initiatieven zonder de Dienst
PubliekeWerken en vooral de directeur hier voldoende bij te betrekken. De onenigheid hierover,
met name over de uitgifte van bouwgrond, leidde tot een politieke controverse en een justitieel
onderzoek. De hetze in de pers tegen De Miranda over deze erfpachtkwestie in 1939 deed de
raad besluiten tot een onderzoek door een raadscommissie. Maar vooral de beschuldigingen
in de pers veroorzaakten bij De Miranda een zware depressie, waarvoor hij in een inrichting
moest worden opgenomen. Het rapport van de commissie gaf als oordeel dat De Miranda dan
wel geen fraude had gepleegd, maar wel ernstige beleidsfouten had gemaakt.
De Miranda keerde hierna niet terug in de raad. Hij zette zich aan het schrijven van het verweerschrift
‘Pro Domo’, dat echter door het uitbreken van de oorlog niet is verschenen. Tevens
hield hij zich intensief bezig met de voorbereiding van een publikatie over ‘Amsterdam in de
eerste helft der twintigste eeuw’, dat niet verder is gekomen dan het stadium van concept.
De Miranda werd in juli 1942 gearresteerd en uiteindelijk op 3 november
1942 gedood.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in