Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Ruslandgids, Geschiedenis archiefvormer: Voorgeschiedenis In de 17e en 18e eeuw legde de handel op Deventer, Zutphen en Amsterdam een aantal Winterswijkse koopmansfamilies geen windeieren. De wagens met linnen, vleeswaren en hout brachten als retourvracht met name koloniale waren mee zoals tabak, koffie, thee en specerijen, die niet alleen in eigen woonplaats, maar ook in de Achterhoek en het aangrenzende Westfalen winstrijk werden doorverkocht. Sommige families gingen er toe over om hun kinderen of verwanten naar Holland te sturen als zaakwaarnemers en beheerders. De handel in koloniale waren vormde voor deze Winterswijkse notabelen zo'n belangrijke bron van inkomsten, dat ze in 1795 zelfs een Oosterse koopman met scheepsanker in het nieuwe plaatselijke gemeentewapen opnamen als symbool van welvaart! Helaas heeft dat wapen de neergang van de handel in koloniale waren ten gevolge van de Franse overheersing niet overleefd. Meerdere generaties van de Winterswijkse familie Schutte waren actief in de textielnijverheid, via het Weversgilde of als linnenhandelaar. Men had medio 18e eeuw zelfs een eigen zeilschip in Amsterdam voor anker liggen en was door huwelijken verwant aan de plaatselijke familie Tenkink, die er pakhuizen bezat. Er ontstond aldus een familie- en handelsnetwerk, met o.a. ook notabele families als Abbinck, Ten Bengevoord, Hofkes en Ter Pelkwijk. Geld en goederen van de familie Schutte vererfden via de Winterswijkse rentenier Jan van Wullen op de kinderen van zijn dochter Wilhelmina Margaretha. Zij was in 1786 geschaakt door Derk Scholten, wiens voorzaten reeds handel in kruidenierswaren dreven in de Wooldstraat. Hun zoon Albert Scholten begon daar in 1820 de firma "De Hoop", genoemd naar het schip van zijn voorouders Schutte (uithangbord coll. museum Freriks, Wtw). De afbeelding sierde als logo ook de winkelzakken. Alberts zoon Willem Jan nam de familienaam Van Wullen Scholten aan. Hij vestigde zich te Wesel (D), werd suikerfabrikant en stamvader van de Duitse familietak. In 1834 werd de Winterswijkse firma uitgebreid met een afdeling textielwaren. Alberts opvolger Johannes Arnoldus ging tenslotte in 1881 geheel op manufacturen over. Ook de familie Scholten behoorde tot een uitgebreid netwerk van notabele handels- en familierelaties in de Achterhoek (Neede: Ten Hoopen, Ter Weeme; Eibergen: Smits; Groenlo: Lasonder, Huiskes; Wisch: Aalbers, Huender; Dinxperlo: Boland). Laatste naamdragers van deze familietak waren Albert jr.'s kinderen Johannes Arnoldus jr. en Harmina Margaretha, die resp. in 1973 en 1977 overleden.

Alle resultaten

Geschiedenis archiefvormer Voorgeschiedenis In de 17e en 18e eeuw legde de handel op Deventer, Zutphen en Amsterdam een aantal Winterswijkse koopmansfamilies geen windeieren. De wagens met linnen, vleeswaren en hout brachten als retourvracht met name koloniale waren mee zoals tabak, koffie, thee en specerijen, die niet alleen in eigen woonplaats, maar ook in de Achterhoek en het aangrenzende Westfalen winstrijk werden doorverkocht. Sommige families gingen er toe over om hun kinderen of verwanten naar Holland te sturen als zaakwaarnemers en beheerders. De handel in koloniale waren vormde voor deze Winterswijkse notabelen zo'n belangrijke bron van inkomsten, dat ze in 1795 zelfs een Oosterse koopman met scheepsanker in het nieuwe plaatselijke gemeentewapen opnamen als symbool van welvaart! Helaas heeft dat wapen de neergang van de handel in koloniale waren ten gevolge van de Franse overheersing niet overleefd. Meerdere generaties van de Winterswijkse familie Schutte waren actief in de textielnijverheid, via het Weversgilde of als linnenhandelaar. Men had medio 18e eeuw zelfs een eigen zeilschip in Amsterdam voor anker liggen en was door huwelijken verwant aan de plaatselijke familie Tenkink, die er pakhuizen bezat. Er ontstond aldus een familie- en handelsnetwerk, met o.a. ook notabele families als Abbinck, Ten Bengevoord, Hofkes en Ter Pelkwijk. Geld en goederen van de familie Schutte vererfden via de Winterswijkse rentenier Jan van Wullen op de kinderen van zijn dochter Wilhelmina Margaretha. Zij was in 1786 geschaakt door Derk Scholten, wiens voorzaten reeds handel in kruidenierswaren dreven in de Wooldstraat. Hun zoon Albert Scholten begon daar in 1820 de firma "De Hoop", genoemd naar het schip van zijn voorouders Schutte (uithangbord coll. museum Freriks, Wtw). De afbeelding sierde als logo ook de winkelzakken. Alberts zoon Willem Jan nam de familienaam Van Wullen Scholten aan. Hij vestigde zich te Wesel (D), werd suikerfabrikant en stamvader van de Duitse familietak.
In 1834 werd de Winterswijkse firma uitgebreid met een afdeling textielwaren. Alberts opvolger Johannes Arnoldus ging tenslotte in 1881 geheel op manufacturen over. Ook de familie Scholten behoorde tot een uitgebreid netwerk van notabele handels- en familierelaties in de Achterhoek (Neede: Ten Hoopen, Ter Weeme; Eibergen: Smits; Groenlo: Lasonder, Huiskes; Wisch: Aalbers, Huender; Dinxperlo: Boland). Laatste naamdragers van deze familietak waren Albert jr.'s kinderen Johannes Arnoldus jr. en Harmina Margaretha, die resp. in 1973 en 1977 overleden.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in