gahetNA in het Nationaal Archief

Memories van successie

Sinds het begin van de negentiende eeuw moet in Nederland belasting worden betaald over erfenissen. Deze belasting heet het successierecht. Om te bepalen hoeveel successiebelasting door de erfgenamen moet worden betaald, wordt na iemands overlijden een memorie van successie opgemaakt. Daarin wordt beschreven waaruit de erfenis bestaat, wat de waarde ervan is en wie de erfgenamen zijn. Hier vindt u meer informatie over de inhoud van memories van successie 

De memories die in de periode 1806 tot 1927 in de Provincie Zuid-Holland zijn opgemaakt, worden bewaard in het Nationaal Archief. Niet van elke overledene is een memorie van successie opgemaakt. Wanneer de overledene niet in het bezit was van onroerend goed, of de erfenis minder dan 300 gulden waard was, werd er geen memorie opgemaakt. Dit gebeurde vaak ook niet als er alleen erfgenamen waren in rechte lijn. Vanaf 1858 gold dit alleen bij nalatenschappen die minder dan 1000 gulden waard waren.

Bent u op zoek naar een memorie van successie waarbij de erflater niet in Zuid-Holland woonde? Neemt u dan contact op met de provinciale archiefinstelling van de provincie waar de erflater woonde.

De memories van successie over de periode 1928-2000 berusten elders, u kunt uw verzoek om inzage richten aan:

Belastingdienst/CFD

T.a.v. de directeur unit documenthuishouding

Tiberdreef 12-24

3561 GG Utrecht

In uw schriftelijk verzoek om inzage dient u aan te geven wat de reden voor de inzage is, waarnaar u precies op zoek bent en voor wie het nodig is. Vervolgens zal de Belastingdienst/CFD als archiefbeheerder uw verzoek beoordelen en indien akkoord bevonden op zoek naar het stuk. U wordt daarover door hen op de hoogte gesteld.

Hoe ga ik te werk?

De memories van successie bevinden zich in het archief Memories van Successie, archiefinventaris 3.06.05.

Om een memorie van successie te vinden, dient u te weten waar en wanneer iemand is overleden. Elke memorie is namelijk ondergebracht bij het belastingkantoor van de gemeente waar diegene overleden is. In bijlage zes van de inventaris kunt u vinden welke plaatsen onder welk belastingkantoor vielen. Achter iedere periode vindt u het inventarisnummer. Dit inventarisnummer kunt u aanvragen in de studiezaal van het Nationaal Archief.

Het merendeel van de inventarisnummers is inmiddels verfilmd. In de studiezaal van het Centraal Bureau voor Genealogie kunt u zelf de film pakken en bekijken met een leesapparaat. Op de cassettes worden de inventarisnummers vermeld. Is het betreffende inventarisnummer niet verfilmd? Dan kunt u het origineel aanvragen met de computer aanvragen om het te kunnen raadplegen in de studiezaal van het Nationaal Archief.

Voor of na 1856?

Het is voor uw onderzoek van belang of iemand vóór of ná 1856 is overleden. Voor deze periodes geldt een ander zoekpad.

Vanaf 1856 bestaan er, per belastingkantoor, alfabetische registers van overledenen met een verwijzing naar de betreffende memories. Deze alfabetische registers worden in de inventaris omschreven als Tafels V-bis [Vijf-bies]. U vraagt dan eerst de Tafel V-bis aan van de periode waarin het overlijden valt. Hierin vindt u of er een memorie aanwezig is van de door u gezochte persoon. Is dat het geval, dan wordt een memorienummer vermeld. Hieronder vindt u per periode het te volgen zoekpad.

Overleden 1806-1855 

Overleden 1856-1927

Andere bronnen

Wilt u meer weten over memories van successie? leest u dan het artikel ‘De memories van successie. Een veelbelovende bron voor veelsoortig onderzoek’ van Nick Bos in Spiegel Historiael, jaargang 24, 1989, bladzijdes 120-126. Ook de inleiding van archiefinventaris 3.06.05 geeft veel aanvullende informatie.

Wat vind ik in de memorie van successie?

Een memorie vermeldt in ieder geval de namen van de erfgenamen en degenen aan wie iets is nagelaten, bijvoorbeeld in de vorm van een legaat of donatie. Daarbij wordt aangegeven wat de verwantschap tussen hen en de overledene is.

Voor genealogen is dit een goede bron van informatie. Verwanten worden met naam, toenaam, beroep, functie en verblijfplaats genoemd. Ook blijkt uit iedere memorie of er een testament of huwelijkscontract was. Van deze testamenten en huwelijkscontracten is aangegeven wanneer en door welke notaris deze zijn opgemaakt.

Als het gaat om een notaris in een Zuid-Hollandse gemeente in de periode vóór 1916, kijk dan in het archievenoverzicht of het notarieel archief van deze gemeente bij het Nationaal Archief aanwezig is. Zo ja, kunt u de stukken in de studiezaal raadplegen.

Een memorie omvat ook een opsomming van de nagelaten onroerende goederen. Aard, grootte en ligging van ieder goed wordt vermeld. Ook de waarde ervan wordt aangegeven.

Gedetailleerde gegevens over verdere bezittingen zijn alleen opgegeven wanneer er successierecht over moest worden betaald. Dat was het geval als de erfenis, na aftrek van schulden, meer dan 300 gulden waar was. Vóór 1878 hoefde men geen belasting te betalen als er alleen erfgenamen in rechte lijn waren (kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen). Vanaf 1878 moesten ook de erfgenamen in rechte lijn successierecht betalen, maar alleen als de erfenis, na aftrek van schulden, meer dan 1000 gulden bedroeg. Het aantal memories met een gedetailleerde beschrijving van de erfenis is dus vanaf 1878 een flink stuk groter dan daarvoor.

Als er succesierecht moest worden betaald, is in de memorie ook de waarde van andere bezittingen opgesomd. Bijvoorbeeld de inboedel, handelswaren, contanten, banksaldi, erfpachten, grondrenten, lijfrenten, effecten, belangen in andere ondernemingen en inkomsten als loon, pacht, huur en renten.

Overleden 1806-1855

Wanneer u weet in welke plaats de door u gezochte erflater is overleden en hebt kunnen achterhalen onder welk belastingkantoor deze plaats viel, kunt u in de studiezaal het betreffende inventarisnummer uit toegang 3.06.05 aanvragen.

In dit inventarisnummer vindt u steeds de memories, op volgorde van sterfdatum, per gemeente bij elkaar. De gemeentes zijn geordend op alfabet.

Kunt u de memorie niet vinden? Kijkt u dan of de meer gedetailleerde ordeningssystematiek, vermeld in de inleiding van de archiefinventaris op bladzijde 23 en 24, nog iets kan verduidelijken.

Dikwijls is er vóór de memories van een bepaalde periode, een serie verklaringen van onvermogen opgenomen. Deze worden aangeduid met de afkortingen VVO of CVO. Vindt u een dergelijke verklaring op naam van de persoon die u zoekt? Over het algemeen zal er van deze persoon dan geen memorie van successie zijn opgemaakt.

Overleden 1856-1927

Vanaf 1856 bestaan er, per belastingkantoor, alfabetische registers van overledenen, met verwijzing naar de memories. Deze alfabetische registers worden in de inventaris omschreven als Tafels V-bis [vijf-bies]. U vraagt dan eerst de Tafel V-bis aan van de periode waarin de persoon overleden is. Hierin vindt u of er van de door u gezochte persoon een memorie aanwezig is. Wanneer u in kolom tien bij de door u gezochte naam geen datum maar een ‘O’ staat aangegeven, is er geen memorie. De O staat voor onvermogend.

Wanneer u wel een datum aantreft, vindt u in kolom twee ook het memorienummer. Met behulp van archiefinventaris 3.06.05 kunt u dit memorienummer omzetten in een inventarisnummer. Dit inventarisnummer kunt u aanvragen met de computer.

De memories zijn geordend op volgorde van de nummers die in kolom twee van Tafel V-bis staan. Boven die kolom staat ‘register nr. 4’. Het nummer uit kolom twee staat ook op de memorie zelf. Daarop staan soms meerdere nummers, maar meestal staat er vóór het desbetreffende nummer ‘register nr. 4’.

Termen:

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in