gahetNA in het Nationaal Archief

Cadsu II-dossiers

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden in de Bondsrepubliek Duitsland twee zogenaamde 'Wiedergutmachungs'-wetten uitgevaardigd. Deze wetten, het Bundesrückerstattungsgesetz (BRüG) en het Bundesentschädigungsgesetz (BEG), maakten het voor vervolgingsslachtoffers van de nazi's mogelijk om vergoeding te krijgen voor respectievelijk de geleden materiële en immateriële schade.

Om de schadevergoedingen in Nederland toe te kennen, werd in 1959 het Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade Uitkeringen (CADSU) in het leven geroepen. De uitvoeringsdossiers die  betrekking hadden op de afhandeling van claims inzake materiële schade (CADSU-I) zijn verloren gegaan. De uitvoeringsdossiers met betrekking tot claims inzake de immateriële schade (CADSU-II) zijn te raadplegen bij het Nationaal Archief. Eind 1965 waren bijna alle ruim 60.000 aanvragen (I en II) afgewikkeld.

Van iedereen die bij het CADSU een verzoek tot een uitkering heeft aangevraagd, is een dossier bewaard gebleven. In deze dossiers bevinden zich de aanvraag, de beoordeling en bewijzen van betaling.

Hoe ga ik te werk?

CADSU-dossiers zijn in verband met de bescherming van de privacy beperkt openbaar, wat consequenties heeft voor inzage in de studiezaal en het laten maken van reproducties. In alle gevallen dient u als eerste stap bij ons een verzoek per brief in te dienen, met opgave van een e-mailadres. Ons postadres: Nationaal Archief, afdeling Inlichtingen, Postbus 90520, 2509 LM Den Haag.

Wij kunnen in de database zoeken op naam van het slachtoffer en op naam van de verzoeker. Dat kan dezelfde persoon zijn of twee verschillende personen. Geeft u in het laatste geval van beide de volledige naam door. Van het slachtoffer hebben wij ook nog de geboortedatum nodig.

U kunt binnen maximaal 6 weken onze reactie verwachten.

Reproducties van het dossier

Als u de informatie uit het CADSU-dossier nodig heeft voor een “recht in rechte”, bijvoorbeeld in het kader van de Claims Conference, dan kunt u in uw brief verzoeken om reproducties. U moet dat echter wel kunnen bewijzen. Wilt u als bijlagen meesturen:

  • Een kopie van een document waaruit blijkt dat de reproducties nodig zijn voor een recht in rechte
  • Een kopie van uw identiteitsbewijs

De brief dient door u ondertekend te zijn.

Het bovenstaande geldt niet alleen als het gaat om een CADSU dossier dat u zelf betreft, maar ook als u een nabestaande of andere belanghebbende bent. De prijs van de reproducties is circa 20 euro.

Inzage van het dossier

Gaat het niet om een recht in rechte maar bent u hoe dan ook geinteresseerd in een CADSU-dossier, of het nu van u zelf is of van iemand anders, dan kunt u inzage krijgen in onze studiezaal. Dat kan echter alleen onder bepaalde voorwaarden. Betreft het uzelf, stuurt u dan een kopie van uw identiteitsbewijs met uw brief mee. Betreft het niet u zelf en is de betrokkene overleden dan hebben wij, indien hij korter dan 100 jaar geleden is geboren, een bewijs van overlijden nodig. Is de betrokkene nog in leven, dan vragen wij u om mee te sturen zijn schriftelijke toestemming, voorzien van zijn handtekening, en een kopie van zijn identiteitsbewijs. Reproducties van het dossier zijn in deze gevallen niet mogelijk.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in