gahetNA in het Nationaal Archief

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)

Na de Tweede Wereldoorlog hebben ruim 300.000 Nederlanders de zogeheten bijzondere rechtspleging ondergaan. Zij werden beschuldigd van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap. Van al deze mensen is een dossier aanwezig in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het betreft zowel mensen die tot een zware straf zijn veroordeeld door een Bijzonder Gerechtshof, als mensen waarvan is gebleken dat de verdenking ongegrond was. Dit grote archief van vier strekkende kilometer bevindt zich in het Nationaal Archief.

Welke gegevens vind ik in een dossier?

Openbaarheid

Hoe krijg ik inzage in het CABR?

Hoe toon ik aan dat iemand is overleden?

Hoe toon ik aan dat de betrokkene toestemming geeft?

Wetenschappelijk onderzoek

Meer informatie over het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Welke gegevens vind ik in een dossier?

Er kunnen persoonlijke stukken uit de bezettingstijd in het dossier zitten zoals foto's, brieven, dagboekaantekeningen, agenda's, lidmaatschapsbewijzen van NSB-organisaties, enzovoort. Deze zijn destijds uit het persoonlijk bezit van de verdachte in beslag genomen om als bewijsmateriaal te dienen. Zo zijn toen ook, om dezelfde reden, de archieven van nationaal-socialistische organisaties uitgekamd op zoek naar namen van 'foute' personen. Voorts zijn er de processen-verbaal: van de aanhouding van de verdachte, van het verhoor van de verdachte en van getuigen. Veel dossiers bevatten brieven à decharge: pogingen van familie, vrienden, buren om de verdachte vrij te krijgen. Een enkele maal wordt een brief aangetroffen waarin iemand een ander aangeeft. Ten slotte vindt men, bovenop in het dossier, ofwel de beslissing van de procureur-fiscaal betreffende de (on)voorwaardelijke buitenvervolgingstelling, ofwel de gerechtelijke stukken: uitspraken en vonissen, dagvaardingen, processen-verbaal van terechtzittingen.

Openbaarheid

In de dossiers van het CABR staat informatie die in Nederland onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens vallen. Daarom is dit archief beperkt openbaar. Inzage kan verkregen worden onder bepaalde voorwaarden.

  • Inzage van een dossier op naam van een bepaalde persoon die korter dan 100 jaar geleden geboren is, is alleen mogelijk als de aanvrager kan aantonen dat de betrokkene overleden is. Is de betrokkene nog in leven, dan kan het dossier alleen met zijn of haar toestemming door een ander bekeken worden. Inzage van een dossier van iemand die meer dan 100 jaar geleden geboren is, kan zonder meer.
  • Via het formulier op deze website of schriftelijk moet een verzoek worden ingediend ter inzage. Het vooronderzoek kan alleen door het Nationaal Archief gedaan worden. Hier zijn geen kosten aan verbonden. Bekijk de procedure voor het aanvragen van inzage in de onderzoeksgids CABR.
  • Gaat de aanvrager de inhoud van een dossier openbaar maken, dan is hij gebonden aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Hoe krijg ik inzage in het CABR?

Om inzage te krijgen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dient u een schriftelijk verzoek in:

U vult het CABR formulier in 

of u stuurt een brief naar:

Nationaal Archief
Secretariaat Publieksafdeling
Postbus 90520
2509 LM Den Haag

In uw verzoek neemt u de volgende gegevens op:

  • naam van de persoon (of personen) naar wie u onderzoek wilt doen, met volledige voornamen;
  • zijn of haar geboortedatum en geboorteplaats;
  • woonplaats van de betrokkene gedurende de oorlogsjaren (indien bekend);
  • de relatie waarin u tot de betrokken persoon staat;
  • motivatie van uw wens tot inzage;
  • uw eigen gegevens;
  • bewijs van overlijden of schriftelijke toestemming van de betrokken persoon.

Misschien zijn er naar uw mening nog meer bijzonderheden van belang, bijvoorbeeld het beroep van de betrokkene. Vermeld dit dan ook in uw brief. Dat geldt overigens voor alle zaken die u graag kwijt wilt.

Wanneer uw verzoek bij het Nationaal Archief is binnengekomen, ontvangt u hiervan een bevestiging. Daarin leest u ook wanneer u de onderzoeksresultaten kunt verwachten en hoe u een afspraak voor inzage kunt maken.

Hoe toon ik aan dat iemand is overleden?

Wanneer de persoon waarvan u het dossier wilt inzien geboren is vóór 1 januari 1914, hoeft u geen bewijs van overlijden meer te sturen.

Wanneer de betreffende persoon geboren is ná 1 januari 1914, dient u een dergelijk bewijs wel mee te sturen. Als bewijs van overlijden kan gelden:

  • een uittreksel uit de Burgerlijke Stand;
  • een rouwkaart of rouwadvertentie;
  • een persoonskaart van het Centraal Bureau voor Genealogie;
  • foto van een grafsteen (goed leesbaar).

Let op: genealogische websites worden niet geaccepteerd als bewijs van overlijden!

Hoe toon ik aan dat de betrokkene toestemming tot inzage geeft?

Wanneer de betrokken persoon u toestemming geeft tot het inzien van zijn of haar dossier, dient deze toestemming op schrift gesteld te worden. Deze toestemming moet zijn ondertekend. U stuurt deze schriftelijke toestemming mee met uw verzoek, vergezeld van een kopie van het paspoort van de betrokken persoon waarop de handtekening duidelijk zichtbaar is.

Wetenschappelijk Onderzoek

Wilt u dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging raadplegen voor wetenschappelijk onderzoek, zonder op zoek te zijn naar informatie over specifieke personen, bijvoorbeeld wanneer u gebruik maakt van een steekproef? In dat geval kunt u van te voren niet een bewijs van overlijden of toestemming overleggen. Dan dient u bij uw verzoek een onderzoeksopzet in. Hierin zet u de aanleiding voor het onderzoek, de onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden uiteen. Daarnaast vragen wij u hierin aan te geven hoe u de persoonsgegevens uit de dossiers gaat verwerken en hoe u de privacy van nog levende personen zult waarborgen.

Historische achtergrond van het CABR

Al voordat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam, werd door de Nederlandse regering in Londen nagedacht over wat er moest gebeuren met de vele Nederlanders die met de bezetter hadden samengewerkt. De angst bestond dat de bevrijding zou uitlopen op een bijltjesdag, waarbij de berechting van collaborateurs door het Nederlandse volk in eigen handen zou worden genomen.

Om de berechting in goede banen te leiden, werd in Londen een speciaal rechtssysteem bedacht dat geschikt zou zijn om zowel burgers als militairen te berechten: de bijzondere rechtspleging. Dit rechtssysteem bestond uit speciale politieke opsporingsdiensten, procureurs-fiscaal bij het openbaar ministerie, tribunalen, bijzondere gerechtshoven en een bijzondere raad van cassatie.

In totaal kwamen 310.000 mensen in aanraking met de bijzondere rechtspleging. Bijna allemaal werden ze vlak na de oorlog gearresteerd en geïnterneerd. Naar sommigen werd alleen een onderzoek ingesteld waarbij er geen feiten aan het licht kwamen, anderen werden berecht door een tribunaal of bijzonder gerechtshof. Weer anderen verbleven zo lang in voorarrest dat zij door de procureur-fiscaal voorwaardelijk buiten vervolging werden gesteld. De ernst van hun daden werden in overeenstemming geacht met de in gevangenschap doorgebrachte tijd.

Het Centraal Archief Bijzondere rechtspleging (CABR) is de neerslag van dit rechtssysteem. Hierin zijn zowel de dossiers van de lokale opsporingsdiensten als de dossiers van het openbaar ministerie, de tribunalen, de bijzondere gerechtshoven en de bijzondere raad van cassatie terug te vinden. De dossiers zijn geordend op naam van de verdachte.

Literatuur

  • Bijzonder Gewoon: Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (1944-2010) en de “lichte gevallen”, Sjoerd Faber en Gretha Donker, Den Haag/Zwolle 2010
  • De Oorlogsgids: met antwoorden op de 25 meest gestelde vragen over de oorlogsarchieven van het Nationaal Archief, Jan Kompagnie (eindred.), Meppel 2005.
  • Jodenjacht, Jan Kampagnie en Ad van Liempt (eindred.) Amsterdam 2011
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in