gahetNA in het Nationaal Archief

Veroordeelden in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Na de Tweede Wereldoorlog hebben ruim 300.000 Nederlanders de zogeheten bijzondere rechtspleging ondergaan. Zij werden beschuldigd van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap. Van al deze mensen is een dossier aanwezig in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Dit grote archief van vier strekkende kilometer bevindt zich in het Nationaal Archief.

Openbaarheid

In de dossiers van het CABR staat informatie die in Nederland onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens vallen. Daarom is dit archief niet openbaar. Er kan alleen inzage worden verleend in dossiers van personen die overleden zijn of van levende personen die hier toestemming voor hebben gegeven.

Hoe krijg ik inzage in het CABR?

Hoe toon ik aan dat iemand is overleden?

Hoe toon ik aan dat de betrokkene toestemming geeft?

Wetenschappelijk onderzoek

Meer informatie over het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Literatuur

  • Bijzonder Gewoon: Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (1944-2010) en de “lichte gevallen”, Sjoerd Faber en Gretha Donker, Den Haag/Zwolle 2010
  • De Oorlogsgids: met antwoorden op de 25 meest gestelde vragen over de oorlogsarchieven van het Nationaal Archief, Jan Kompagnie (eindred.), Meppel 2005. 
  • Jodenjacht, Jan Kampagnie en Ad van Liempt (eindred.) Amsterdam 2011

Hoe krijg ik inzage in het CABR?

Om inzage te krijgen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dient u een schriftelijk verzoek in:

U vult het CABR formulier in 

of u stuurt een brief naar:

Nationaal Archief
Secretariaat Publieksafdeling
Postbus 90520
2509 LM Den Haag

In uw verzoek neemt u de volgende gegevens op:

  • naam van de persoon (of personen) naar wie u onderzoek wilt doen, met volledige voornamen;
  • zijn of haar geboortedatum en geboorteplaats;
  • woonplaats van de betrokkene gedurende de oorlogsjaren (indien bekend);
  • de relatie waarin u tot de betrokken persoon staat;
  • motivatie van uw wens tot inzage;
  • uw eigen gegevens;
  • bewijs van overlijden of schriftelijke toestemming van de betrokken persoon.

Misschien zijn er naar uw mening nog meer bijzonderheden van belang, bijvoorbeeld het beroep van de betrokkene. Vermeld dit dan ook in uw brief. Dat geldt overigens voor alle zaken die u graag kwijt wilt.

Wanneer uw verzoek bij het Nationaal Archief is binnengekomen, ontvangt u hiervan een bevestiging. Daarin leest u ook wanneer u de onderzoeksresultaten kunt verwachten en met wie u een afspraak voor inzage kunt maken.

Hoe toon ik aan dat iemand is overleden?

Wanneer de persoon waarvan u het dossier wilt inzien geboren is vóór 1 januari 1914, hoeft u geen bewijs van overlijden meer te sturen.

Wanneer de betreffende persoon geboren is ná 1 januari 1914, dient u een dergelijk bewijs wel mee te sturen. Als bewijs van overlijden kan gelden:

  • een uittreksel uit de Burgerlijke Stand;
  • een rouwkaart of rouwadvertentie;
  • een persoonskaart van het Centraal Bureau voor Genealogie;
  • foto van een grafsteen (goed leesbaar).

Let op: genealogische websites worden niet geaccepteerd als bewijs van overlijden!

Hoe toon ik aan dat de betrokkene toestemming tot inzage geeft?

Wanneer de betrokken persoon u toestemming geeft tot het inzien van zijn of haar dossier, dient deze toestemming op schrift gesteld te worden. Deze toestemming moet zijn ondertekend. U stuurt deze schriftelijke toestemming mee met uw verzoek, vergezeld van een kopie van het paspoort van de betrokken persoon waarop de handtekening duidelijk zichtbaar is.

Wetenschappelijk Onderzoek

Wilt u dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging raadplegen voor wetenschappelijk onderzoek? Dan dient u bij uw verzoek een onderzoeksopzet in. Hierin zet u de aanleiding voor het onderzoek, de onderzoeksvraag en de onderzoeksmethoden uiteen. Daarnaast vragen wij u hierin aan te geven hoe u de persoonsgegevens uit de dossiers gaat verwerken en hoe u de privacy van nog levende personen zult waarborgen.

Meer informatie over het CABR

Al voordat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam, werd door de Nederlandse regering in Londen nagedacht over wat er moest gebeuren met de vele Nederlanders die met de bezetter hadden samengewerkt. De angst bestond dat de bevrijding zou uitlopen op een bijltjesdag, waarbij de berechting van collaborateurs door het Nederlandse volk in eigen handen zou worden genomen.

Om de berechting in goede banen te leiden, werd in Londen een speciaal rechtssysteem bedacht dat geschikt zou zijn om zowel burgers als militairen te berechten: de bijzondere rechtspleging. Dit rechtssysteem bestond uit speciale politieke opsporingsdiensten, procureurs-fiscaal bij het openbaar ministerie, tribunalen, bijzondere gerechtshoven en een bijzondere raad van cassatie.

In totaal kwamen 310.000 mensen in aanraking met de bijzondere rechtspleging. Bijna allemaal werden ze vlak na de oorlog gearresteerd en geïnterneerd. Naar sommigen werd alleen een onderzoek ingesteld waarbij er geen feiten aan het licht kwamen, anderen werden berecht door een tribunaal of bijzonder gerechtshof. Weer anderen verbleven zo lang in voorarrest dat zij door de procureur-fiscaal voorwaardelijk buiten vervolging werden gesteld. De ernst van hun daden werden in overeenstemming geacht met de in gevangenschap doorgebrachte tijd.

Het Centraal Archief Bijzondere rechtspleging (CABR) is de neerslag van dit rechtssysteem. Hierin zijn zowel de dossiers van de lokale opsporingsdiensten als de dossiers van het openbaar ministerie, de tribunalen, de bijzondere gerechtshoven en de bijzondere raad van cassatie terug te vinden. De dossiers zijn geordend op naam van de verdachte.

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in