gahetNA in the National Archives

Gratieverzoeken

Onder gratie wordt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de straf verstaan, of de omzetting van de straf in een minder zware straf. In de grondwet van 1848 is bepaald dat de koning het recht heeft gratie te verlenen aan iedereen die door een rechtbank is veroordeeld. Iedere veroordeelde heeft het recht een verzoek om gratie bij de koning in te dienen.
Naast deze individuele gratie bestaat ook de collectieve gratie. Hierbij wordt aan groot aantal veroordeelden tegelijk gratie verleend. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij jubilea en troonsbestijgingen.

In welke archieven kan ik zoeken naar gratieverzoeken? 

  • Over de periode 1813 tot 1840 vindt u de beschikkingen met daarbij de verzoekschriften, rekesten genoemd, in het archief van de Staatssecretarie van Koning Willem I (archiefinventaris 2.02.01). Een uitzondering hierop zijn de afwijzende beschikkingen uit de periode 1828-1841. Deze werden afgedaan door het Ministerie van Justitie (2.09.01).
  • De beschikkingen genomen ná 1841 zijn te vinden in het Kabinet des Konings 1841-1898 (archiefinventaris 2.02.04) of het Kabinet van de Koningin 1898-1945 (archiefinventaris 2.02.14), 1946-1975 (archiefinventaris 2.02.20) en 1976-1988 (archiefinventaris 2.02.30).
  • De rekesten en andere bijlagen zijn te vinden in het archief van het Ministerie van Justitie 1813-1876 (archiefinventaris 2.09.01) 1877-1914 (archiefinventaris 2.09.05) en 1915-1955 (archiefinventaris 2.09.22).
  • In het Keizerlijk en Hooggerechtshof 1813-1838 (archiefinventaris 2.09.17, inventarisnummers 620-679) en in het archief van de Hoge Raad der Nederlanden 1838-1939 (archiefinventaris 2.09.28, inventarisnummers 356-317 en 474-478) zijn registers op de gratieverzoeken te vinden en conceptadviezen betreffende gratie. De adviezen zelf bevinden zich niet meer in dit archief.
  • Het Ministerie van Justitie heeft een apart archief aangelegd over de gratie op doodstraffen in de periode 1945-1977 (archiefinventaris 2.09.71)

Hoe ga ik te werk?

Om de beschikking op het gratieverzoek te vinden, gaat u eerst op zoek in de archieven van de Staatssecretarie of die van het Kabinet des/der Konings/Koningin. In deze archieven moeten de stukken worden opgezocht in de series Koninklijke Besluiten op de datum van het genomen besluit. De datum waarop het besluit is genomen, kunt u op twee manieren achterhalen.
1. Via de namenklappers en indices op deze archieven.
2. Via het register der gratiën dat u vindt in het archief van het Keizerlijke en Hooggerechtshof 1813-1838 (inventarisnummers 620-630) en het archief van de Hoge Raad 1838-1929 (inventarisnummers 359-371)
Meer informatie over het zoeken naar een Koninklijk Besluit vind u hier.

Om het rekest en eventuele andere stukken te vinden, zoekt u in het verbaal archief van het Ministerie van Justitie. Het Algemeen verbaal is een chronologisch geordende serie van ingekomen en uitgaande stukken. Ook in deze series moeten de stukken worden opgezocht met behulp van indices en namenklappers. Voor bepaalde periodes zijn er aparte indices ‘graties’.
1839-1875: 2.09.01 inventarisnummers 4135-4565.
1876-1878: 2.09.05 3e afdeling
1878-1889: 2.09.05 2e afdeling
1889-1914: 2.09.05 2e afdeling B
1914-1940: 2.09.05 Afdeling 2a
In bepaalde periodes en naar aanleiding van bijzondere omstandigheden zijn er ook aparte dossiers gevormd over gratieverzoeken. Deze dossiers bevinden zich ook in het archief van het Ministerie van Justitie:

1813-1876 (archiefinventaris 2.09.01)

  • Inventarisnummer 5052: stukken  betreffende verzoeken om gratie die in de Raad van Gratie werden besproken 1833-1838. Hierbij rekesten en andere bijlagen.
  • Inventarisnummer 5053: stukken betreffende de nieuwe regelingen ten aanzien van gratie in 1838/39, briefwisseling over de bevoegdheden van de provinciale gerechts¬hoven na 1848 en stukken betreffende verzoeken om advies en ingekomen adviezen over de periode 1849-1869.
  • Inventarisnummers 5155-5157: stukken betreffende gratieverleningen voor jeugdige veroor¬deelden 1850-1870, voor door schuttersraden veroordeelden en voor veroordeelde Oost Indische militairen, 1857-1869. De stukken staan beschreven in de klappers en indices op het verbaal archief, maar zijn bij  deze dossiers gevoegd. Hierbij rekesten en andere bijlagen.
  • Inventarisnummers 5158-5161: stukken betreffende gratieverlening voor bepaalde individuele belangen 1826-1872.
  • Inventarisnummer 5162-5171: betreffende rehabilitatie en generaal pardon 1819-1872.

1877-1914 (archiefinventaris 2.09.05)

  • Inventarisnummers 6629: stukken betreffende gratieverlening naar aanleiding van de troonsbestijging van Wilhelmina.
  • Inventarisnummers 6630-6631: stukken betreffende gratieverlening naar aanleiding van het  huwelijk van Wilhelmina
  • Inventarisnummers 6632-6636: stukken betreffende gratieverlening naar aanleiding van de geboorte van Juliana

1945-1977

Over de periode 1945-1977 is een apart archief aangelegd over gratie op doodstraffen. Hierin bevinden zich individuele dossiers, geordend op persoonsnaam. (link naar archiefinventaris)

Voorbeeld

U weet dat Adriaan Kremers in 1910 is veroordeeld wegens diefstal. Om erachter te komen of er gratie is verleend begint u met zoeken in het archief van het Kabinet der Koningin 1898-1914 (archiefinventaris 2.02.14). In de klapper op 1910 (inventarisnummer 7918) vindt u Adriaan Kremers ingeschreven met daarachter de vermelding Gratie 745.
Deze vermelding verwijst naar de bladzijde 745 van de Index over 1910. Deze vindt u in inventarisnummer 7837. In de index staat op bladzijde 745 een Rapport van de Minister van Justitie ingeschreven, betreffende het verzoek om Gratie van A. Kremers, gedetineerd te Rotterdam. Het Koninklijk Besluit is genomen op 31 oktober 1910, nummer 61. Deze datum bevindt zich in het verbaal archief in inventarisnummer 5638 en onder nummer 61 vindt u het KB. Daarnaast treft u ook het rapport van de minister aan en het advies van de rechtbank Rotterdam.

Om uit te zoeken of er nog onderliggende stukken zijn, zoals het request, kunt u verder zoeken in het archief van het Ministerie van Justitie. U kijkt in de klapper over 1910 die u vindt in inventarisnummer 5998 van 2.09.05. Daarin vindt u A. Kremers met daarbij de aantekening Jeugdige Veroordeelden 26.
In de index (inventarisnummer 5990) vindt u onder de kop Jeugdige Veroordeelden onder nummer 26 A. Kremers ingeschreven met daarbij vier data en documentnummers. Dit zijn de data waarop er stukken zijn ontvangen of verzonden met betrekking tot deze zaak. Alle data kunnen worden omgezet in een inventarisnummer van het verbaal archief. Hier zijn dat de inventarisnummers 5508, 5524, 5534 en 5540. In inventarisnummer 5534 (27 oktober nummer 573) vindt u de kladversie van het rapport van de minister. Helaas blijkt het request niet meer aanwezig.

Meer informatie over de afhandeling van gratieverzoeken

Literatuur

Ruller, Sibo van, 'Genade voor recht. Gratieverlening aan ter dood veroordeelden in Nederland 1806-1870' (Amsterdam 1987). Bibliotheek 178 A 35

Schravendijk, O.E. van, 'Leemten in het gratierecht' (Deventer 1968). Bibliotheek 71 C 26

Procedure bij de afhandeling van de gratieverzoeken

Tot 1838

Voor 1838 werd een rekest om gratie of remissie van straf naar de Koning gestuurd. De koning stuurde dit rekest door naar de minister van Justitie. Vervolgens werd het rekest door de minister voor consideratie en advies naar het Hooggerechtshof gestuurd. De kamerpresidenten van het Hooggerechtshof maakten vervolgens rapport op en stuurden het rekest voor ‘berigt en consideratie’ naar de Procureur Generaal van het veroordelende hof. De Commissie van Gratie van het Hooggerechtshof, bestaande uit de Kamer presidenten en de Procureur Generaal, stelde een advies op en zond dit weer naar het Ministerie van Justitie. Dit advies werd door de minister voorzien van commentaar en naar de Koning gestuurd. Deze nam het uiteindelijke besluit over het verzoek.

Soms werd de zaak ook behandeld in de Raad van Gratie. Deze Raad kwam bijeen op advies van de Commissie van Gratie om affaires van zeer zwaarwichtige aard, zoals verzoeken van gratie op doodstraffen, te bespreken. Niet alle rekesten inzake doodstraffen werden hier besproken. Vanaf 1839 is de Raad van Gratie vermoedelijk niet meer bij elkaar geweest.

Na 1838

In deze periode was de Commissie van Gratie inmiddels ontbonden. Haar adviserende taak werd overgenomen door de Hoge Raad. Na de grondwetswijziging van 1848 kregen ook de rechters van de veroordelende hoven een adviserende taak. De minister van Justitie kreeg al vanaf 1827 steeds meer bevoegdheden om bepaalde afwijzende beschikkingen op verzoeken van gratie zelf af te handelen, zonder besluit van de Koning. Na 1856 werden alle afwijzende beschikkingen aan de minister overgelaten en was de Koning alleen nog betrokken bij positieve beschikkingen.

Termen:

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in